De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, [kind01] en [kind02], geboren in 2009 en 2010. De moeder heeft het ouderlijk gezag en de kinderen wonen bij haar. Eerder was een machtiging verleend tot 15 oktober 2023, maar deze is komen te vervallen omdat er geen gebruik van is gemaakt.
De GI verzoekt een nieuwe machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De kinderen staan op een wachtlijst bij Pameijer voor een passende leefgroep. Zowel de GI als de moeder erkennen dat de thuissituatie problematisch is en dat de kinderen niet luisteren, wat de noodzaak van uithuisplaatsing onderstreept.
De kinderrechter oordeelt dat de machtiging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de kinderen, mede gezien de stagnerende schoolgang en de onverminderde zorgen over hun ontwikkeling. De machtiging wordt verleend tot 15 juni 2024, de duur van de ondertoezichtstelling, en het overige verzoek wordt afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep.