Eiseres, voormalig docent zorg en welzijn, heeft bezwaar gemaakt tegen het UWV-besluit waarin haar arbeidsongeschiktheidspercentage werd vastgesteld op 67,58%. Na diverse medische en arbeidsdeskundige rapporten, waaronder tegenstrijdige deskundigenadviezen, heeft de rechtbank het beroep behandeld. De verzekeringsarts van het UWV heeft het medische beeld overtuigend gemotiveerd en de rechtbank volgt dit oordeel, ondanks de door eiseres ingebrachte aanvullende rapporten die hogere beperkingen aannemen.
De rechtbank oordeelt dat de functionele mogelijkheden van eiseres adequaat zijn vastgesteld en dat zij op 15 januari 2021 voor 70,13% arbeidsongeschikt was met een restverdiencapaciteit van €1.377,94. De rechtbank wijst het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige af, omdat onvoldoende twijfel is gezaaid over de medische beoordeling van het UWV.
Ten slotte vernietigt de rechtbank het bestreden besluit voor zover het arbeidsongeschiktheidspercentage en de restverdiencapaciteit zijn vastgesteld, en stelt deze zelf vast. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.