Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw L.C.A. van Dam, werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlener).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van zijn huurwoning opschort. De ontruiming was bevolen in een vonnis van 16 juni 2023 en stond gepland voor 6 december 2023. Verzoeker woont met zijn partner en pasgeboren kind in de woning en ontvangt een WW-uitkering waarvan een deel wordt ingehouden door beslaglegging.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming. Het belang van verzoeker om in de woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject voort te zetten weegt zwaarder dan het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren. De huurtermijnen zijn inmiddels betaald en er is extra financiële ondersteuning vanuit de gemeente voor minimaal drie maanden.
De rechtbank wijst het moratorium toe voor zes maanden onder de voorwaarde dat de lopende termijnen tijdig worden voldaan. Tevens verklaart de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, omdat het minnelijk traject nog niet is afgerond. Verzoeker kan later een nieuw verzoek indienen.
Uitkomst: Moratorium wordt toegewezen voor zes maanden en ontruiming van de huurwoning wordt geschorst onder voorwaarde van tijdige betaling van huurtermijnen.