Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder feit 1 primair ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van de onder 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 5 jaren;
- gevangenneming van de verdachte.
4.Waardering van het bewijs
in ernstige mateschenden van verkeersregels. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake is van roekeloosheid in de hierboven geschetste zin, zodat een verdere bespreking van de onder (c) en (d) genoemde bestanddelen achterwege zal blijven.
5.Strafbaarheid feiten
overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Bijlagen
10.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;
2 (twee) jaar;
240 (tweehonderdveertig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
212 (tweehonderdtwaalf) urente verrichten taakstraf resteert;
106 (honderdzes) dagen;
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de tijd van
2 (twee) jaren;