ECLI:NL:RBROT:2023:12514

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 december 2023
Publicatiedatum
11 januari 2024
Zaaknummer
10-145834-23 en 10-187076-23 / TUL: 10-126814-19 en 10-234055-19
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 57 SrArt. 285 SrArt. 310 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bedreiging en diefstal met gevangenisstraf van drie maanden

De rechtbank Rotterdam heeft op 14 december 2023 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen de verdachte, die werd beschuldigd van bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht en diefstal van goederen uit een winkel.

De feiten betreffen een bedreiging op 30 december 2022 waarbij de verdachte dreigende woorden uitsprak richting een personeelslid van de instelling waar hij begeleid woonde, en een diefstal op 24 mei 2023 waarbij hij parfums en verzorgingsproducten ter waarde van circa €280,- heeft weggenomen uit een Kruidvat-winkel.

De rechtbank achtte beide feiten bewezen op basis van verklaringen, proces-verbalen van aangifte en de eigen verklaring van de verdachte. Gezien het strafblad van de verdachte, zijn eerdere langdurige detentie en verslavingsproblemen, werd een gevangenisstraf van drie maanden opgelegd, met aftrek van voorarrest. De rechtbank zag af van het opleggen van een ISD-maatregel en verlengde de proeftijd van een eerdere voorwaardelijke straf met één jaar. Een andere tenuitvoerleggingsvordering werd afgewezen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest voor bedreiging en diefstal.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Team straf 1
Parketnummers: 10-145834-23 en 10-187076-23
Parketnummers TUL: 10-126814-19 en 10-234055-19
Datum zitting en uitspraak: 14 december 2023
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte01] ,

geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1964, ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres01] , [postcode01] [plaats01] , raadsman R.V. Paniagua, advocaat te Rotterdam.
Officier van justitie N.A. van Manen.

Beschuldiging

De verdachte wordt beschuldigd van een bedreiging en een winkeldiefstal. Deze feiten zijn in dit vonnis doorlopend genummerd. De volledige tenlastelegging houdt in dat de verdachte:
1.
op of omstreeks 30 december 2022 te Dordrecht [slachtoffer01] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer01] dreigend de woorden toe te voegen ‘ik ga helemaal nergens heen, ik steek de domus in de fik’ en/of ‘ik ga jullie allemaal vermoorden’ althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
2.
op of omstreeks 24 mei 2023 te Dordrecht een of meer flessen parfum en/of bodymist, althans verzorgingsproducten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Kruidvat, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Bewijs

Vordering officier van justitie
De officier van justitie vindt dat de ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden.
Oordeel rechtbank
Bewezenverklaring
Bewezen is dat de verdachte:
1.
op 30 december 2022 te Dordrecht [slachtoffer01] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [slachtoffer01] dreigend de woorden toe te voegen ‘ik ga helemaal nergens heen, ik steek de domus in de fik’ en ‘ik ga jullie allemaal vermoorden’.
2.
op 24 mei 2023 te Dordrecht flessen parfum en bodymist die aan de Kruidvat toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om zich deze goederen wederrechtelijk toe te eigenen.
Bewijsmotivering
De bewezenverklaring steunt op de inhoud van de hieronder opgegeven bewijsmiddelen.
  • verklaring van de verdachte op de zitting van 14 december 2023
  • proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer02] namens Kruitvat ,nummer [proces-verbaalnummer01]
  • proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer01] ,nummer [proces-verbaalnummer02] -

Verboden gedragingen en strafbaarheid

Kwalificatie
1.
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht
2.
diefstal
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

Straf

Vordering officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden, met aftrek van voorarrest.
Oordeel rechtbank
De verdachte heeft een personeelslid van de instelling waar hij begeleid woonde bedreigd en verder een winkeldiefstal gepleegd waarbij goederen zijn weggenomen met een waarde van ongeveer € 280,-.
Dit zijn beide vervelende feiten.
Uit het strafblad van 16 november 2023 blijkt dat de verdachte eerder al heel vaak is veroordeeld voor soortgelijke feiten en dat hem al vele keren diverse soorten straffen, waaronder gevangenisstraffen zijn opgelegd Volgens zijn eigen verklaring op de zitting heeft in totaal al ongeveer 8 jaar vastgezeten. Aan hem is eerder ook de ISD-maatregel opgelegd.
De verdachte pleegde de delicten vanwege zijn verslaving aan harddrugs. Op de zitting heeft hij verklaard dat het inmiddels beter met hem gaat. Hij gebruikt geen drugs meer en is 20 kilogram aangekomen. Hij gebruikt nog wel methadon en valium. Het gebruik van methadon is hij echter aan het afbouwen en hij moet nog behandeld worden in verband met zijn depressie. Zijn kamer bij het begeleid wonen project is nog steeds beschikbaar voor hem. Hij wil zijn traject daar voortzetten en de - naar zijn verwachting - paar laatste jaren van zijn leven daar doorbrengen.
Gelet op dit alles kan niet anders worden gereageerd dan met een vrijheidsbenemende sanctie. De door de reclassering voorgestelde ISD maatregel zal echter niet worden opgelegd. De verdachte wordt de kans gegeven om te laten zien dat hij een ander leven wil gaan leiden.
Een gevangenisstraf voor de tijd van 3 maanden wordt op dit moment de meest passende sanctie gevonden.
Wettelijke voorschriften
Bij de strafoplegging is gelet op de artikelen 57, 285 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Vorderingen tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 13 januari 2020 in de zaak met parketnummer 10-234055-19, is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, meteen proeftijd van 2 jaren. De proeftijd loopt nog.
Bij vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 25 september 2019 in de zaak met parketnummer 10-126814-19, is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 155 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 55 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 3 jaren. Een deel van het voorwaardelijk strafdeel is tussentijds ten uitvoer gelegd en de proeftijd is verlengd, zodat nog een voorwaardelijke gevangenisstraf resteert voor de duur van 27 dagen. De proeftijd loopt nog.
De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van deze vonnissen en voor het einde van de proeftijden gepleegd. Door het plegen van die feiten heeft de verdachte de aan de vonnissen verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.
In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraffen worden gelast. De rechtbank kiest er echter voor om die last niet te geven, maar in plaats daarvan in de zaak met parketnummer 10.234055-19 de proeftijd te verlengen met één jaar en in de zaak met parketnummer 10.126814-19 de vordering af te wijzen.

Beslissingen

De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals dit hiervoor is omschreven, heeft begaan;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van heden. Deze beslissing is ook afzonderlijk op papier gezet;
wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 25 september 2019 in de zaak met parketnummer 10-126814-19 opgelegde resterende voorwaardelijke gevangenisstraf;
verlengt de proeftijd van de bij vonnis van 13 januari 2020 in de zaak met parketnummer 10-234055-19 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf met 1 jaar.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Janssen, voorzitter,
en mr. M.K. Asscheman - Versluis en mr. S.M. den Hollander, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. T. van Driel, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 14 december 2023.
De jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.