Tussen eiser en gedaagde bestond een huurovereenkomst voor een woning en een parkeergelegenheid. Eiser vordert betaling van een huurachterstand en achterstallige service- en stookkosten over de jaren 2020-2022.
Gedaagde betwist de hoogte van de vordering en voert aan dat zij meer voorschot servicekosten heeft betaald dan door eiser is verantwoord, mede doordat de huurovereenkomst voor de parkeerplaats feitelijk ook voorschotten voor servicekosten bevatte. Tevens betwist zij de doorberekening van bepaalde servicekosten zoals tuinonderhoud, liftonderhoud en ongediertebestrijding.
De kantonrechter oordeelt dat de huurovereenkomst voor de parkeerplaats is gebruikt om de huurprijs lager te doen lijken en neemt aan dat een deel van de betaalde huur voor de parkeerplaats als voorschot servicekosten geldt. De kosten voor tuinonderhoud en het servicecontract voor liftonderhoud mogen worden doorberekend, maar niet de kosten voor groot onderhoud of ongediertebestrijding, omdat deze onvoldoende zijn onderbouwd.
Na verrekening van de teveel betaalde servicekosten en de borgsom moet gedaagde nog een bedrag van €176,30 aan eiser betalen. De buitengerechtelijke incassokosten en rente over het te hoge bedrag worden afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.