ECLI:NL:RBROT:2023:12733
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning Rotterdam 2021
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Rotterdam per 1 januari 2021, welke door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €245.000,-. Eiser stelde dat de waarde te hoog is en dat de heffingsambtenaar niet aan zijn verplichtingen voldeed door niet alle gevraagde stukken te verstrekken, waaronder bouwtekeningen en iWOZ-kaarten.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende gegevens heeft verstrekt, waaronder een taxatieverslag met grondstaffels, VLOK-factoren en referentiewoningen. De gevraagde bouwtekeningen en iWOZ-kaarten waren niet relevant voor de besluitvorming en hoefden niet te worden verstrekt. Daarnaast is de waardebepaling op basis van systematische vergelijking met vergelijkingsobjecten voldoende onderbouwd.
Eiser voerde aan dat de waarde maximaal €212.000,- zou moeten zijn en dat de indexering en objectkenmerken onvoldoende zijn toegelicht. De rechtbank stelt dat de heffingsambtenaar de indexering met verkoopoverzichten heeft onderbouwd en dat eiser de juistheid van de VLOK-factoren en objectkenmerken niet gemotiveerd heeft betwist.
De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €245.000,- wordt ongegrond verklaard.