ECLI:NL:RBROT:2023:12734
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning gemeente Dordrecht
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Dordrecht, vastgesteld op €175.000 per 1 januari 2021. De heffingsambtenaar had het bezwaar van eiser eerder ongegrond verklaard. Op de zitting was eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig; de heffingsambtenaar werd vertegenwoordigd door een gemachtigde en een taxateur.
Eiser stelde dat de heffingsambtenaar in strijd met artikel 8:42 Awb Pro heeft gehandeld door geen bouwtekeningen te overleggen en geen iWOZ-kaarten toe te sturen. De rechtbank oordeelde echter dat de heffingsambtenaar wel aan zijn verplichtingen had voldaan en dat eiser onvoldoende had gemotiveerd waarom de bouwtekeningen relevant zouden zijn.
Daarnaast voerde eiser aan dat de waarde van de woning ten hoogste €148.000 zou bedragen en dat de heffingsambtenaar onvoldoende rekening had gehouden met bepaalde verkooptransacties en objectkenmerken. De rechtbank stelde vast dat de waarde was bepaald met een systematische vergelijkingsmethode, waarbij de vergelijkingsobjecten goed vergelijkbaar waren en dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld.
De rechtbank verwierp de bezwaren van eiser over de indexering, de keuze van vergelijkingsobjecten en de onderbouwing van objectkenmerken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, de WOZ-waarde bleef ongewijzigd en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft €175.000.