ECLI:NL:RBROT:2023:12762
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser, werkzaam als steigerbouwer, vroeg een WIA-uitkering aan wegens rugklachten en psychische problematiek. Het UWV wees de aanvraag af omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De verzekeringsarts stelde beperkingen vast, waaronder een lumbosacraal radiculairsyndroom en stemmingsklachten, en stelde een Functionele Mogelijkhedenlijst op. De arbeidsdeskundige selecteerde passende functies met een inkomensverlies van 21,79%.
Eiser voerde in bezwaar en beroep aan dat zijn verslavingsproblematiek en psychosociale klachten onvoldoende waren meegewogen, ondersteund door verklaringen van een ambulant begeleider en GGZ-medewerkers. Het UWV handhaafde het besluit op basis van een aanvullend rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, die oordeelde dat de beperkingen correct waren vastgesteld en dat de verslavingen niet leidden tot aanvullende beperkingen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid had vastgesteld en dat de medische rapporten zorgvuldig, consistent en begrijpelijk waren. De door eiser aangevoerde aanvullende informatie gaf geen aanleiding tot een ander oordeel. De geselecteerde functies waren passend en het inkomensverlies onvoldoende voor een WIA-uitkering. Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WIA-uitkering wordt afgewezen wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.