Eisers waren dakloos geworden na het onrechtmatige besluit tot intrekking van hun bijstand per 1 november 2017 en konden geen precieze informatie geven over hun hoofdverblijf in de daaropvolgende periode. Het college had de bijstand over 1 november 2017 tot 6 augustus 2018 alsnog toegekend en dit bedrag verrekend met een openstaande schuld. Het college trok vervolgens de bijstand per 7 augustus 2018 in vanwege een vermeende schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank oordeelt dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd dat eisers de inlichtingenverplichting hebben geschonden, mede gelet op de bijzondere omstandigheden zoals dakloosheid en het grote tijdsverloop. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.
Desondanks blijft de rechtbank bij het oordeel dat eisers vanaf 7 augustus 2018 niet meer in de regio Drechtsteden verbleven en dat het college de bijstand terecht heeft ingetrokken. De rechtsgevolgen van het besluit blijven daarom in stand. Het college wordt veroordeeld tot terugbetaling van het griffierecht en de proceskosten van eisers.