De zaak betreft een civiele procedure waarin eiser schadevergoeding vordert wegens beroepsfouten in het kader van een vreemdelingenrechtelijke procedure. Eiser had de juridische bijstand van gedaagde ingeroepen voor het voeren van bezwaar en beroep tegen afwijzingen van verblijfsvergunning en arbeidsmarktaantekening.
De rechtbank oordeelt dat het niet betalen van griffierecht door eiser zelf was overeengekomen en dat dit niet als beroepsfout kan worden aangemerkt. Wel is geoordeeld dat het voeren van een kansloze procedure tegen de arbeidsmarktaantekening een beroepsfout is, omdat dit geen redelijke kans van slagen had en onnodige kosten veroorzaakte.
De schade wordt vastgesteld op € 3.000,-, aangevuld met buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van deze bedragen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.