ECLI:NL:RBROT:2023:1288
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen invordering dwangsom wegens vermeende overtreding APV drugshandel
Eiser werd een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 2:74 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening Schiedam 2013, dat het kennelijke doel om drugs te verhandelen op de openbare weg verbiedt. De burgemeester besloot tot invordering van de dwangsom nadat in een voertuig waarin eiser zat handelshoeveelheden drugs werden aangetroffen.
Eiser voerde aan niet op de hoogte te zijn geweest van de drugs in de auto en betwistte de overtreding. De burgemeester baseerde zijn besluit mede op het strafrechtelijk verleden van eiser en de aanwezigheid van drugs en contant geld.
De rechtbank oordeelde dat de bestuurlijke rapportage onvoldoende concrete aanwijzingen bevatte dat eiser zich met het kennelijke doel tot drugshandel op de openbare weg bevond. De aanwezigheid van drugs in de auto en het verleden van eiser waren niet voldoende om de overtreding aan te nemen.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit tot invordering vernietigd en de dwangsom niet geheven. De burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot invordering van de dwangsom wordt vernietigd en eiser hoeft het bedrag van €10.000 niet te betalen.