Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- de moeder met haar advocaat;
- de vader met zijn advocaat;
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
6.De beslissing
1 maart 2024 pro forma;
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West tot vaststelling van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken over twee minderjarige kinderen. Beide ouders zijn belast met het ouderlijk gezag, maar wonen niet samen; de kinderen verblijven bij de moeder. De ondertoezichtstelling van de kinderen is verlengd tot mei 2024.
De GI heeft lange tijd geprobeerd de ouders zelf de omgangsregeling te laten regelen, maar door voortdurende strijd en onduidelijkheid is dit niet gelukt. De moeder voelt zich verantwoordelijk maar heeft beperkte draagkracht, terwijl de vader overspannen is en door werk en financiële beperkingen niet in staat is meer zorg op zich te nemen. Beide ouders geven aan overbelast te zijn.
De kinderrechter oordeelt dat het vastleggen van de gevraagde omgangsregeling het risico met zich meebrengt dat een van de ouders overbelast raakt, wat niet in het belang van de kinderen is. Daarom wordt het verzoek aangehouden en wordt een nieuwe omgangsregeling met minder contactmomenten en mogelijk een pleeggezin als oplossing voorgesteld. Tot die tijd blijft de huidige regeling van kracht. De GI wordt verzocht een rapportage te doen voor de volgende zitting.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van de zorgregeling wordt aangehouden tot 1 maart 2024 vanwege overbelasting van beide ouders en het ontbreken van overeenstemming.