ECLI:NL:RBROT:2023:12939
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ontruiming en niet-ontvankelijkheid verzoek schuldsaneringsregeling
Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die verweerster verbiedt het vonnis tot ontruiming van zijn woonruimte ten uitvoer te leggen. Tevens verzocht hij om toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284 Faillissementswet Pro.
De rechtbank stelde vast dat er sprake was van een bedreigende situatie doordat het vonnis tot ontruiming en het exploot met aankondiging van ontruiming waren overgelegd. Verzoeker gaf aan dat hij de huur van oktober en november 2023 had betaald, maar niet die van december 2023, in de veronderstelling dat schuldhulpverlening dit zou doen. Verzoeker was niet verschenen op de zitting van 21 december 2023, hoewel hij behoorlijk was opgeroepen.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de lopende huurtermijnen voldaan kunnen en zullen worden, mede omdat verzoeker geen betaalbewijs voor december 2023 had overgelegd. Het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren woog zwaarder dan het belang van verzoeker om in de woning te blijven. Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen en verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. Verzoeker kan te zijner tijd een nieuw verzoek indienen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen ontruiming wordt afgewezen en het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard.