Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2023:12940

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 december 2023
Publicatiedatum
29 februari 2024
Zaaknummer
FT EA 23/1145/ FT EA 23/1146
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 284 FwArt. 285 FwArt. 287b Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening moratorium huurwoning bij dreigende ontruiming

Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b, eerste lid, Faillissementswet, om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van haar huurwoning opschort. Haar schuldenproblematiek is ontstaan doordat haar onderneming niet levensvatbaar bleek, waarna zij een uitkering ontvangt waarmee zij de lopende huur kan betalen.

De rechtbank constateert dat sprake is van een bedreigende situatie, omdat verweerster een vonnis tot ontruiming heeft verkregen en de ontruiming op korte termijn gepland stond. De belangenafweging tussen verzoekster en verweerster leidt tot toewijzing van de voorlopige voorziening, omdat verzoekster voldoende inkomsten heeft om de huur te voldoen en het belang van woonbehoud en schuldhulpverlening zwaarder weegt.

De voorziening geldt voor zes maanden en is afhankelijk van tijdige betaling van de huur. Tevens wordt verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, met de mogelijkheid tot hernieuwd verzoek later.

De rechtbank legt een voorwaarde op dat schuldhulpverlening uiterlijk twee weken voor afloop van de voorziening verslag uitbrengt over de voortgang van de schuldregeling.

Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe die de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden opschort onder de voorwaarde van tijdige betaling van de huur.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet: toewijzing
toepassing schuldsaneringsregeling: niet-ontvankelijk
rekestnummers: [nummer]
uitspraakdatum: 28 december 2023
[verzoekster],
wonende te [adres]
[woonplaats],
verzoekster.

1.De procedure

Verzoekster heeft op 17 november 2023, met een verzoekschrift ex artikel 284 Faillissementswet Pro (Fw), een verzoekschrift ex artikel 287b, eerste lid, Fw ingediend, waarin wordt gevraagd om een voorlopige voorziening bij voorraad.
In het vonnis van deze rechtbank van 20 november 2023 heeft de rechtbank de behandeling van het verzoekschrift bepaald op 21 december 2023.
Ter zitting van 21 december 2023 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoekster;
  • de heer W. Haksteeg en mevrouw K. Budram, beiden werkzaam bij Zuidweg & Partners (hierna: schuldhulpverlening).
D&S Vastgoed B.V., gevestigd te Schiedam (hierna: verweerster) is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, zonder bericht van verhindering, niet ter terechtzitting verschenen.
De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden.

2.Het verzoek

Het verzoek strekt ertoe op grond van artikel 287b, eerste lid, Fw, gedurende een termijn van zes maanden bij uitspraak een voorlopige voorziening te treffen en verweerster te verbieden het vonnis van de Rechtbank Rotterdam van 6 oktober 2023 tot ontruiming van de woonruimte van verzoekster ten uitvoer te leggen.
Verzoekster heeft ter zitting verklaard dat haar schuldenproblematiek, waaronder de huurachterstand, is ontstaan dooordat haar onderneming niet levensvatbaar bleek. Zij had voorheen een eigen onderneming als kapster. Verzoekster heeft haar onderneming inmiddels gestaakt. Verzoekster heeft nu inkomsten uit een Participatiewet-uitkering. Daarnaast ontvangt zij verschillende toeslagen. Zij heeft daarmee voldoende inkomsten om de lopende huurtermijnen te betalen. De huur van december 2023 is betaald. Verzoekster heeft desgevraagd verklaard de huur van januari 2024 ook (tijdig) te kunnen en zullen voldoen.

3.Het verweer

Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft verweerster geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunt schriftelijk dan wel ter zitting toe te lichten.

4.De beoordeling

Allereerst dient te worden beoordeeld of sprake is van een bedreigende situatie zoals dwingend is voorgeschreven in artikel 287b, tweede lid, Fw. Nu verzoekster een kopie van het vonnis van de Rechtbank Rotterdam van 6 oktober 2023 tot ontruiming van de woonruimte van verzoekster en een kopie van het exploot van 16 oktober 2023 heeft overgelegd waarin wordt aangekondigd dat verweerster op 23 november 2023 zal overgaan tot ontruiming van de woning van verzoekster, is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een bedreigende situatie.
De wetgever heeft met een moratorium beoogd om een schuldenaar bij een – dreigende – executie een adempauze te bieden opdat de schuldenaar in staat wordt gesteld om met zijn schuldeisers een regeling van zijn schulden overeen te komen.
Artikel 287b Fw bevat geen criterium op grond waarvan kan worden beslist of de voorlopige voorziening dient te worden toegewezen dan wel afgewezen. De rechtbank zoekt daarom aansluiting bij de voorziening zoals genoemd in artikel 287, vierde lid, Fw waarbij een afweging dient plaats te vinden tussen het belang van verzoekster enerzijds en de schuldeiser, in dit geval verweerster, anderzijds.
Het belang van verzoekster bestaat erin dat zij in de huurwoning kan blijven wonen en dat het minnelijk schuldhulpverleningstraject door verzoekster kan worden doorlopen.
Het belang van verweerster bestaat erin dat zij het vonnis van 6 oktober 2023 ten uitvoer kan leggen.
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de lopende termijnen kunnen en zullen worden voldaan. Verzoekster heeft de huur van december 2023 voldaan. Verzoekster ontvangt bovendien een uitkering op grond van de participatiewet. Daarmee heeft verzoekster voldoende inkomsten om de lopende huurtermijnen te betalen. Tegen deze achtergrond dient het belang van verzoekster zwaarder te wegen dan het belang van verweerster.
De rechtbank acht termen aanwezig om ter zekerheid van de belangen van verweerster in het dictum een voorwaarde op te nemen. De verzochte voorziening zal onder de in het dictum genoemde voorwaarde worden toegewezen.
Nu het minnelijk traject naar verwachting niet op korte termijn zal zijn afgerond, zal verzoekster gelet op het bepaalde in artikel 285, eerste lid, sub f, in samenhang met artikel 287, tweede lid, Fw, ten aanzien van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, niet-ontvankelijk worden verklaard. Zo nodig kan verzoekster te zijner tijd een nieuw verzoek indienen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- schort de tenuitvoerlegging op van het op 6 oktober 2023 op verzoek van verweerster uitgesproken vonnis van deze rechtbank tot ontruiming van de huurwoning van verzoekster gelegen aan [adres], voor de duur van deze voorziening en verlengt de huurovereenkomst zoals deze tussen partijen bestaat of bestond voor de duur van deze voorziening;
- bepaalt dat de genoemde voorziening geldt voor de duur van zes maanden vanaf
20 november 2023;
- bepaalt dat deze voorziening slechts geldt zolang de lopende termijnen gedurende deze periode tijdig worden voldaan;
- bepaalt dat schuldhulpverlening die namens verzoekster de buitengerechtelijke schuldregeling gaat uitvoeren, uiterlijk twee weken voor het aflopen van de getroffen voorziening verslag uitbrengt als bedoeld in artikel 287b, zesde lid, Fw;
- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek ex artikel 284, tweede lid, Fw.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van mr. T.M.M. de Laat, griffier, in het openbaar uitgesproken op 28 december 2023.