ECLI:NL:RBROT:2023:12957

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 oktober 2023
Publicatiedatum
8 maart 2024
Zaaknummer
10/220554-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10a OpiumwetArt. 38v Sr
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak voor voorbereidingshandelingen invoer cocaïne wegens onvoldoende bewijs opzet

De verdachte werd verdacht van het in vereniging plegen van voorbereidingshandelingen voor de invoer van cocaïne op het haventerrein te Rotterdam. Op beveiligingsbeelden was te zien dat verdachte samen met een medeverdachte containers betrad en openbrak, waarbij gereedschap en tassen werden gebruikt. Ook werden chatberichten op een aangetroffen iPhone gevonden waarin een container werd genoemd waarin eerder cocaïne was aangetroffen.

De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 8 maanden en een gebiedsverbod voor het haventerrein, stellende dat er sprake was van uithalershandelingen met een gezamenlijke uitvoering. De rechtbank oordeelde echter dat hoewel de handelingen van verdachte een algemene criminele intentie duiden, er onvoldoende bewijs was dat verdachte handelde met de opzet om invoer van verdovende middelen voor te bereiden.

De container waarin 14 kilo cocaïne was aangetroffen lag op een andere terminal en de drugs waren niet opgenomen in de tenlastelegging. De chatberichten waren onvolledig en er was geen bewijs dat verdachte handelingen verrichtte ten aanzien van die container. Daarom werd het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen verklaard en werd verdachte vrijgesproken.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van opzet op voorbereidingshandelingen invoer cocaïne.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1
Parketnummer: 10/220554-21
Datum uitspraak: 2 oktober 2023
Tegenspraak (279 Sv)
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte01] ,
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1998,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres01] , [postcode01] in [plaats01] ,
ten tijde van het onderzoek uit andere hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam PI01] ,
raadsvrouw mr. N.W.A. Dekens, advocaat te Amsterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 18 september 2023.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. L.T.M. Verhoeven heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met aftrek van voorarrest;
  • oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht voor de duur van 3 jaren, waarin een gebiedsverbod is opgenomen voor het gehele haventerrein Maasvlakte Rotterdam en alle zeehavens in Nederland met een containerterminal. Bij overtreding van dat verbod dient er (telkens) 2 weken hechtenis te worden toegepast, met een maximum van 6 maanden.

4.Vrijspraak

4.1.
Standpunt officier van justitie
Bewezen kan worden dat de verdachte in vereniging voorbereidingshandelingen voor de invoer van cocaïne heeft verricht. Op beelden van de beveiligingscamera’s van terminal RST Kramer en MCS is te zien dat de verdachte en zijn medeverdachte over het hek zijn geklommen en dat ze een donker gekleurde tas bij zich hadden. Zij maakten een container open van rederij Samskip met nummer [containernummer01] en gingen hier naar binnen. Toen ze even later deze container uitkwamen, hadden ze geen tas meer bij zich. In de Samskip container zijn tassen en gereedschap gevonden. In dezelfde containerlaan stond een reefercontainer met nummer [containernummer02] . In de achterzijde van die reefercontainer is een doppenset aangetroffen waarvan de ratel en de dop ontbraken. Diezelfde ratel en dop zijn aangetroffen in de tas die in de Samskip container is gevonden. De verdachte en zijn medeverdachte zijn hierna terug naar de hekken gelopen om het terrein te verlaten. Daar zijn ze aangehouden en is een zoekslag om hen heen gemaakt. Op twee meter afstand bleek in de bosjes een iPhone te liggen. In chatberichten op deze iPhone valt te lezen dat er wordt gesproken over container met nummer [containernummer03] . In deze container met nummer [containernummer03] is drie weken eerder, op 27 april 2021, 14 kilo cocaïne aangetroffen. Er is dus wel een koppeling met een concrete partij drugs. Gelet op het voorgaande is er op basis van de uiterlijke verschijningsvorm sprake van uithalershandelingen, waarbij zij op zoek waren naar een specifieke container waarin 14 kilo cocaïne is gevonden. Bij deze handelingen is sprake van een gezamenlijke uitvoering tussen de verdachte en de medeverdachte. Zij komen samen het terrein op en zijn constant samen in beeld. Hierdoor is er sprake van een nauwe en bewuste samenwerking.
4.2.
Beoordeling
Voor een bewezenverklaring op basis van artikel 10a Opiumwet moet komen vast te staan dat de verdachte heeft gehandeld met de opzet om invoer/doorvoer van verdovende middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1 voor te bereiden en/of te bevorderen.
In deze zaak zijn geen drugs aangetroffen. De opzet op (voorbereiding van invoer/doorvoer van) verdovende middelen van de verdachte blijkt niet uit zijn verklaring of uit de verklaring van de medeverdachte. Die opzet blijkt ook onvoldoende uit andere mogelijke bewijsmiddelen.
De handelingen van de verdachte voorafgaand aan zijn aanhouding duiden weliswaar op een algemene criminele intentie van de verdachte. Het procesdossier bevat echter geen bewijsmiddel dat de verdachte verbindt aan een partij verdovende middelen, zoals een (te verwachten) container met daarin drugs of gesprekken over uit te halen verdovende middelen.
De inhoud van de aangetroffen iPhone maakt dat niet anders. Het chatgesprek waarin container [containernummer03] wordt genoemd, is onvolledig. Ook is niet gebleken dat de verdachte ten aanzien van deze container handelingen heeft verricht. Bovendien geldt dat de drugs in deze container drie weken, dus geruime tijd, vóór de aanhouding van de verdachte en op een andere containerterminal zijn aangetroffen en inbeslaggenomen. Overigens is de 14 kilo cocaïne die op 27 april 2021 is aangetroffen in container [containernummer03] ook niet opgenomen in de tenlastelegging.
Het voorgaande betekent dat er onvoldoende bewijs is van de opzet van de verdachte op voorbereiding van Opiumwetdelicten.
4.3.
Conclusie
Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

5.Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

6.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.A. Hut, voorzitter,
en mr. J.J. Klomp en mr. L.R. Bhalla, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.D. Beenakker, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 15 mei 2021 te Pernis Rotterdam, althans te Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet,
voor te bereiden en/of te bevorderen,
te weten
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,
verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen
van een hoeveelheid cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de
Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van
de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te
plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe
gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van
dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen
voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en)
of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen
van dat feit,
hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s),
- onbevoegd het haventerrein Kramer/MSC, gelegen aan de Striendwaalseweg in
Pernis, betreden door over het/de hek(ken) te klimmen en/of
- zich (onbevoegd) op het terrein van Kramer en/of MSC tussen het containerstack
begeven en/of aldaar zoekend rond gelopen en/of
- één of meer container(s) opengebroken en/of
- zich (onbevoegd) in een of meer containers begeven en/of
- een of meer sporttassen en/of diverse gereedschappen (onder andere een
breekijzer) en/of (een) mobiele telefoon(s) en/of diverse levensmiddelen
voorhanden gehad.