Uitspraak
1.[gedaagde01] ,
2.
[gedaagde02],
3.
[gedaagde03],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, met bijlagen;
- de mondelinge behandeling van 7 november 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Rotterdam
Partijen sloten een aannemingsovereenkomst waarbij een richtprijs van circa €1.500 exclusief btw werd overeengekomen voor reparatie- en onderhoudswerkzaamheden in het bedrijfspand van de opdrachtgever. De aannemer startte met de werkzaamheden maar maakte deze niet af, waarna hij een factuur stuurde van ruim het dubbele van de richtprijs zonder tijdige waarschuwing.
De rechter kwalificeerde de genoemde prijs als richtprijs conform artikel 7:752 BW Pro en stelde dat de aannemer de opdrachtgever niet tijdig had gewaarschuwd over de overschrijding. Hierdoor mocht de prijs maximaal met 10% worden verhoogd, plus een bedrag voor het boren van gaten met diamant, wat resulteerde in een redelijke aanneemsom van €1.794,85 exclusief btw.
Omdat de aannemer de werkzaamheden eenzijdig staakte zonder juridische grondslag en er geen oplevering had plaatsgevonden, was de opdrachtgever niet verplicht het resterende bedrag te betalen. De vordering tot betaling van €2.060,49 werd afgewezen, evenals rente en buitengerechtelijke kosten.
De aannemer werd veroordeeld in de proceskosten van de opdrachtgever, vastgesteld op €497,50. Het vonnis werd gewezen door kantonrechter N. Shahani en op 29 december 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot betaling van het resterende bedrag wordt afgewezen omdat de werkzaamheden niet zijn afgerond en de aannemer onrechtmatig is gestopt.