Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2023 in de zaak tussen
[naam eiser], te [plaatsnaam], eiser,
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV,
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft (mede) in enkele verschillen tussen de door de primaire arts opgestelde FML en de door de verzekeringsarts van Ergatis tijdens een eerder onderzoek opgestelde FML aanleiding gezien om wijzigingen aan te nemen voor tillen, dragen, duwen en trekken in de FML. Op grond van de observaties tijdens haar onderzoek, waarbij eiser in staat was om 90 graden te buigen, en het onderzoek van de reumatoloog opgenomen in het rapport van Ergatis, waarin de reumatoloog geen bewegingsbeperking van de lumbale wervelkolom constateerde, heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep aanleiding gezien de door de primaire arts aangenomen beperking ten aanzien van buigen uit de FML te verwijderen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft deze wijzigingen vastgelegd in een FML van 17 maart 2022.
Met betrekking tot de beperking ten aanzien van buigen heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep gemotiveerd dat de reumatoloog op 22 oktober 2019 geen bewegingsbeperking van de lumbale wervelkolom heeft geconstateerd (zie het rapport van Ergatis van 12 november 2019). Bij het medisch onderzoek in bezwaar op 16 maart 2022 is vastgesteld dat eiser tot 90 graden kon buigen. In de tussenliggende periode is er geen periode geweest waarin er medisch objectief sprake was van een tijdelijk verslechterde medische situatie. Het is dus aannemelijk dat dit ook op 25 januari 2021 (de te beoordelen datum) zo was. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft er verder op gewezen dat er in beroep geen objectieve gegevens aangeleverd zijn die aanleiding geven om de FML van 17 maart 2022 te wijzigen.