In deze kortgedingprocedure vordert eiseres een straat- en contactverbod tegen gedaagde, met een dwangsom en de mogelijkheid van lijfsdwang bij overtreding, vanwege stalking en eenvoudige mishandeling. Eiseres baseert haar vordering op twee aangiftes die nog in behandeling zijn bij de politie.
De voorzieningenrechter overweegt dat een straat- en contactverbod een ingrijpende maatregel is die een zware inbreuk maakt op de persoonlijke vrijheid van gedaagde. Dergelijke maatregel kan alleen worden toegewezen indien sprake is van in hoge mate aannemelijke feiten die onrechtmatig handelen van gedaagde aantonen en een dreiging daarvan rechtvaardigen.
Hoewel eiseres stelt last te hebben van contactpogingen en vreest voor hernieuwd contact na ontslag van gedaagde uit een kliniek, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de feiten en omstandigheden onvoldoende aannemelijk maken dat een dergelijk verbod noodzakelijk is. Gedaagde heeft tijdens de mondelinge behandeling toegezegd geen contact meer te zullen zoeken en niet meer bij de woning van eiseres te zullen verschijnen, al kan hij vanwege familieomstandigheden in de buurt komen.
De voorzieningenrechter wijst daarom de vorderingen af en compenseert de proceskosten tussen partijen, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt. Er wordt op gewezen dat ook eiseres geen contact meer met gedaagde mag opnemen.