ECLI:NL:RBROT:2023:13029
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke ISD-maatregel naast gevangenisstraf
De rechtbank Rotterdam behandelde op 5 september 2023 een vordering van het Openbaar Ministerie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke ISD-maatregel die samen met een gevangenisstraf was opgelegd aan de veroordeelde. De maatregel was voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en omvatte onder meer meldingsplicht bij de reclassering en behandeling door een zorgverlener.
De verdediging voerde aan dat het OM niet ontvankelijk was in de vordering omdat de combinatie van een gevangenisstraf en een ISD-maatregel wettelijk niet is toegestaan, verwijzend naar arresten van de Hoge Raad uit 2006 en 2010. De rechtbank stelde vast dat aan de ontvankelijkheidseisen was voldaan, maar oordeelde dat de rechtbank in het veroordelende vonnis niet bevoegd was geweest om naast de gevangenisstraf een voorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen.
De rechtbank baseerde zich op de jurisprudentie en wetsgeschiedenis waaruit blijkt dat de ISD-maatregel niet naast, maar in plaats van een gevangenisstraf wordt opgelegd. Daarom wees de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging af en verwierp zij ook het subsidiaire verzoek tot wijziging van de schorsingsvoorwaarden. De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke ISD-maatregel naast de gevangenisstraf af.