Eiser, arbeidsongeschikt sinds november 2017 door psychische klachten, vroeg een WIA-uitkering aan die door het UWV werd afgewezen. Het UWV baseerde zich op een beoordeling per 30 januari 2020, terwijl een diagnose UHR psychose op 17 december 2020 werd gesteld. De rechtbank constateert dat het UWV niet heeft toegelicht waarom deze eerdere datum is gehanteerd, wat leidt tot een motiveringsgebrek.
Eiser betoogde dat zijn medische situatie sinds december 2020 is verslechterd en dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn bezwaren, waaronder het ontbreken van een fysieke beoordeling. De verzekeringsarts bezwaar en beroep handhaafde het standpunt zonder op de datumkeuze in te gaan.
De rechtbank oordeelt dat het UWV een nieuw besluit moet nemen op basis van een nieuw onderzoek waarbij 17 december 2020 als beoordelingsdatum geldt. Tevens acht zij een fysieke beoordeling wenselijk. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, en het UWV veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.