ECLI:NL:RBROT:2023:13058
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verdediging tot horen van getuigen in witwaszaak wegens ontbreken verdedigingsbelang
De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek van de verdediging in een witwaszaak om 23 getuigen te horen, waaronder werknemers van de onderneming van de verdachte en cliënten, met als doel te onderzoeken of daadwerkelijk zorg is verricht en of er sprake was van contante betalingen of fictieve dienstverbanden.
De verdediging wilde deze getuigen confronteren met onderzoeksbevindingen en dossiergegevens om hun verweer te onderbouwen. De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat het verzoek afgewezen moest worden vanwege het ontbreken van een toetsbaar verdedigingsbelang.
De rechter-commissaris oordeelde dat de proceshouding van de verdachte onduidelijk is, mede doordat de verdachte in eerdere verhoren deels heeft meegewerkt en deels gebruik heeft gemaakt van haar zwijgrecht, waardoor niet duidelijk is of en welke verweren worden gevoerd. Hierdoor kon de rechter-commissaris de relevantie van het verzoek niet beoordelen.
Op grond van vaste jurisprudentie is vereist dat het belang van het horen van getuigen duidelijk wordt gemotiveerd, zodat het verzoek kan worden getoetst in het licht van het recht op een eerlijk proces. Dit ontbrak in deze zaak, waardoor het verzoek is afgewezen.
Tegen deze beschikking kan binnen veertien dagen bezwaar worden gemaakt.
Uitkomst: Het verzoek van de verdediging tot het horen van 23 getuigen wordt afgewezen wegens ontbreken van een toetsbaar verdedigingsbelang.