Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 21 februari 2023;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen, ingekomen op 11 mei 2023;
- het verweerschrift op het zelfstandig verzoek, tevens wijziging van verzoeken, met bijlagen, ingekomen op 3 juli 2023;
- het bericht van de vrouw met het formulier verdelen en verrekenen van 15 september 2023;
- het bericht van de man met het formulier verdelen en verrekenen van 25 september 2023;
- het bericht met bijlagen van de man van 12 oktober 2023.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
2.De vaststaande feiten
- de man met ingang van 1 mei 2023 met uitsluiting van de vrouw gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] te Rotterdam, met het bevel aan de vrouw met ingang van 1 mei 2023 de echtelijke woning te verlaten en het verbod deze woning verder te betreden;
- de man met ingang van 3 maart 2023 een bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw zal verstrekken van € 1.941,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen.
3.De beoordeling
- te bepalen dat hij – met uitsluiting van de vrouw – gerechtigd is de bewoning en het gebruik van de bij de woning en tot de inboedel daarvan behorende zaken, gedurende 6 maanden na de inschrijving van de beschikking voort te zetten;
- te verklaren voor recht dat de waarde van de woning gelegen aan de [adres] ( [postcode] ) te Rotterdam niet voor verdeling of verrekening vatbaar is;
- de vrouw te veroordelen tot vergoeding van de door haar aangerichte schade aan de man wegens aangegane schulden;
- de goederen die volgens het recht van New Jersey voor verdeling in aanmerking komen te verdelen of de wijze van verdeling vast te stellen op basis van het overzicht in – naar de rechtbank begrijpt – onderdeel 15 van zijn verweerschrift en de vrouw te veroordelen tot betaling van € 46.832,-, binnen vier weken na de in deze af te geven beschikking te voldoen.
- te bepalen dat de man, bij vooruitbetaling, dient bij te dragen in de kosten van haar levensonderhoud met € 3.863 bruto per maand;
- te bepalen dat de waarde/opgebouwde winst van de onderneming van de man gedurende de huwelijkse periode bij helfte wordt gedeeld en de man wordt bevolen de financiële stukken van de onderneming vanaf 2018 tot de peildatum over te leggen (jaarrekeningen, IB-aangiften, btw-aangiften);
- te bepalen dat alle bezittingen/vermogen en schulden binnen de beperkte gemeenschap vallen, zodat deze bij helfte worden verdeeld, zoals verzocht onder punten 14 en 15 van het verweerschrift, waarbij de vrouw wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid jegens de bank (ter zake van de geldlening aangegaan voor de verbouwing), alsmede dat de man wordt bevolen de bankafschriften met vermelding van het banksaldi per peildatum over te leggen en onderling tot verrekening over te gaan;
- de wijze van verdeling te gelasten of de verdeling vast te stellen op grond van artikel 3:185 BW Pro;
- de man te bevelen tot feitelijke afgifte van de persoonlijke eigendommen aan de vrouw conform punt 16 van het verweerschrift of de man te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 5.000,- aan de vrouw ten titel van schadevergoeding;
- te bepalen dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd is tot bewoning van de woning en het gebruik van tot de inboedel daarvan behorende zaken.