ECLI:NL:RBROT:2023:13079
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond tegen buiten-zittingsuitspraak over privaatrechtelijke overeenkomst met gemeente
Opposant heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwijndrecht, waarbij een weigering tot schriftelijke toestemming voor overdracht van rechten en plichten werd gegeven. De rechtbank verklaarde het beroep kennelijk ongegrond zonder zitting, omdat de overeenkomst als privaatrechtelijk werd beschouwd en geen bestuursbesluit in de zin van de Awb vormde, waardoor bezwaar niet ontvankelijk was.
Tegen deze uitspraak stelde opposant verzet in, stellende dat de overeenkomst wel een bestuursbesluit is op grond van artikel 6.4a van de Wet Ruimtelijke Ordening, omdat alleen het college zulke overeenkomsten kan sluiten. De rechtbank heeft dit verzet behandeld en geoordeeld dat de eerdere overwegingen geen onjuiste rechtsopvatting bevatten en dat het enkele feit dat de overeenkomst ook publiekrechtelijke aspecten bevat, niet maakt dat het een bestuursbesluit is.
De rechtbank verklaart het verzet daarom ongegrond, waardoor de eerdere buiten-zittingsuitspraak in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet is ongegrond verklaard en de buiten-zittingsuitspraak blijft in stand.