ECLI:NL:RBROT:2023:13084
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering openbaarmaking informatie over vermeende bijstandsfraude op grond van Wet open overheid bevestigd
Eiser heeft bij de gemeente Rotterdam een verzoek ingediend op grond van de Wet open overheid (Woo) om informatie over een melding van vermeende bijstandsfraude door hem openbaar te maken, inclusief gegevens over de melder. De gemeente heeft dit verzoek geweigerd op grond van de bescherming van persoonsgegevens en het belang van vertrouwelijke communicatie met de overheid. Eiser maakte bezwaar tegen deze weigering, maar dit bezwaar werd eveneens ongegrond verklaard.
Eiser stelde dat het belang van openbaarmaking zwaarder weegt dan privacy en dat de gegevens gescheiden konden worden verstrekt. Ook voerde hij aan dat het niet openbaar maken het functioneren van de Staat zou schaden doordat onjuiste meldingen ongestraft zouden blijven. De rechtbank oordeelde dat de gemeente terecht de informatie heeft geweigerd, omdat het privacybelang van de melder en het belang van vertrouwelijke communicatie zwaarder wegen dan het openbaarmakingsbelang.
De rechtbank nam kennis van de stukken, ook die onder geheimhouding, en benadrukte dat de juistheid van de melding niet relevant is voor de openbaarmakingsbeslissing. Eiser kan de inhoudelijke beweringen in het lopende onderzoek weerleggen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot openbaarmaking van informatie over een melding van vermeende bijstandsfraude is ongegrond verklaard.