De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West verzoekt om een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarig kind bij de grootouders, waar het kind sinds de geboorte verblijft in een netwerkpleeggezin. De ondertoezichtstelling is reeds verlengd tot 19 juni 2023 en de machtiging tot uithuisplaatsing tot 19 december 2022. De ouders zijn niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling.
De instelling stelt dat de ouders onbetrouwbaar zijn in het nakomen van afspraken en niet in staat zijn het kind de benodigde structuur en stabiliteit te bieden. Het contact met de vader verloopt wisselend, mede door de aanwezigheid van een wietplantage op zijn woonlocatie, wat veiligheidsafspraken noodzakelijk maakt. De grootouders hebben ingestemd met de voortzetting van de plaatsing.
De kinderrechter oordeelt dat de machtiging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van het kind. Het kind krijgt bij de grootouders een veilige en stabiele omgeving. Er zijn zorgen over de psychische gesteldheid van de moeder, die momenteel niet in staat is voor het kind te zorgen. De GI heeft een opvoedbesluit genomen dat het kind bij de grootouders moet opgroeien. De kinderrechter wijst op de noodzaak van duidelijkheid over het toekomstperspectief en het onderzoeken van een steungezin ter ondersteuning van de grootouders.
De beschikking verleent de machtiging tot uithuisplaatsing met ingang van 23 februari 2023 tot 19 juni 2023 en verklaart deze uitvoerbaar bij voorraad. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden via de griffie van het gerechtshof te Den Haag.