ECLI:NL:RBROT:2023:1610
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aanvraag overlijdensakte buiten behandeling gesteld wegens ontbreken bewijs gerechtvaardigd belang
Eiser verzocht om een afschrift van de overlijdensakte van zijn ex-schoonmoeder, stellende dat hij als geregistreerd partner van haar dochter bij overlijden belanghebbende en erfgenaam was. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling omdat eiser niet de benodigde bewijsstukken, zoals een testament, aanleverde om zijn erfgenaamschap aan te tonen.
De rechtbank overwoog dat het recht op een overlijdensakte alleen wordt toegekend aan personen met een gerechtvaardigd belang, zoals bloedverwanten of erfgenamen. De hoedanigheid van geregistreerd partner van de dochter volstaat niet om erfgenaam te zijn volgens de wettelijke bepalingen. Eiser kreeg de gelegenheid om aanvullende informatie te verstrekken, maar deed dit niet binnen de gestelde termijn.
Verder oordeelde de rechtbank dat het buiten behandeling stellen niet gelijkstaat aan afwijzing en dat eiser een nieuwe aanvraag met de juiste bewijsstukken kan indienen. Ook was er geen sprake van schending van het recht op hoor en wederhoor, aangezien eiser meerdere keren werd uitgenodigd voor een hoorzitting maar zelf niet verscheen zonder geldige reden.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de aanvraag terecht buiten behandeling is gesteld wegens ontbreken van bewijs van gerechtvaardigd belang.