Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- de heer [naam01] , werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster, sinds 2005 volledig arbeidsongeschikt, heeft een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers waarbij 21,36% van de totale schuldenlast wordt betaald via een saneringskrediet. Elf van de twaalf schuldeisers stemden hiermee in, maar VGZ weigerde.
De rechtbank oordeelt dat VGZ in redelijkheid niet tot weigering van instemming met het akkoord heeft kunnen komen, gezien het aandeel van VGZ in de schuldenlast (10,5%), de instemming van de meerderheid van schuldeisers, en het feit dat het voorstel door een onafhankelijke partij is getoetst en goed gedocumenteerd is.
Verzoekster verkeert in een stabiele financiële situatie, is onder budgetbeheer en beschermingsbewind geplaatst, en zal naar verwachting geen hoger inkomen verkrijgen. De aangeboden regeling levert een beter resultaat op voor schuldeisers dan de wettelijke schuldsaneringsregeling, die hogere kosten met zich brengt en uitkering pas aan het einde voorziet.
Daarom beveelt de rechtbank VGZ om in te stemmen met het akkoord, veroordeelt VGZ in de proceskosten, en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: VGZ wordt bevolen in te stemmen met het aangeboden dwangakkoord en het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.