Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287a van de Faillissementswet om een dwangakkoord af te dwingen tegen één schuldeiser, T-Mobile, die weigert mee te werken aan een door haar aangeboden schuldregeling. De regeling voorziet in een betaling van circa 1,95% aan preferente en 0,97% aan concurrente schuldeisers, gefinancierd door een saneringskrediet. Zeven van de acht schuldeisers stemden in met de regeling, T-Mobile niet.
De rechtbank stelt vast dat verzoekster een Participatiewet-uitkering ontvangt, onder beschermingsbewind staat en vanwege medische en psychische klachten niet in staat is om meer te betalen. De regeling is getoetst door een onafhankelijke partij en wordt als het maximaal haalbare beschouwd. De rechtbank weegt het belang van verzoekster en de meerderheid van schuldeisers zwaarder dan het belang van T-Mobile.
Daarom beveelt de rechtbank T-Mobile om in te stemmen met de schuldregeling, verklaart het vonnis in de plaats van vrijwillige instemming en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. T-Mobile wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden begroot omdat er geen griffierecht verschuldigd is en verzoekster niet door een advocaat is bijgestaan.