Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287a Faillissementswet om Komkids te bevelen in te stemmen met een door haar aangeboden schuldregeling. Deze regeling betreft een saneringskrediet gebaseerd op haar uitkering uit de Participatiewet, met een betaling van circa 4,8% aan preferente en 2,4% aan concurrente schuldeisers. Komkids, schuldeiser met een vordering van € 2.380,29, weigert in te stemmen omdat verzoekster niet het maximaal haalbare aanbiedt en onvoldoende inspanningen levert om haar aflossingscapaciteit te vergroten.
De rechtbank overweegt dat onvoldoende is aangetoond dat verzoekster na de ontheffing van haar sollicitatieplicht (tot 1 februari 2023) niet in staat zou zijn om te werken. Er ontbreken medische stukken die haar blijvende arbeidsongeschiktheid onderbouwen. Het inkomen en daarmee de afloscapaciteit kunnen dus wijzigen. Hoewel het saneringskrediet gunstiger is voor schuldeisers dan toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, voldoet verzoekster niet aan de toelatingseisen daarvoor.
De rechtbank concludeert dat het aanbod niet het uiterste is waartoe verzoekster in staat moet worden geacht en dat de belangen van Komkids als weigerende schuldeiser zwaarder wegen dan die van verzoekster en de overige schuldeisers. Daarom wordt het verzoek tot gedwongen schuldregeling afgewezen. Een afzonderlijke beslissing over het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling volgt nog.