Verweerder legde eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting op omdat diens auto zonder betaling was geparkeerd op een locatie met betaald parkeerregime. Eiser stuurde het bezwaarschrift per fax naar een nummer dat niet geschikt was voor bezwaar tegen belastingaanslagen, waardoor het bezwaar te laat werd ontvangen. De rechtbank oordeelde dat de gemachtigde van eiser, een professionele rechtshulpverlener, had moeten weten dat het faxnummer niet geschikt was voor dit bezwaar en dat er sprake was van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht volgens artikel 6:15, derde lid, Awb.
De rechtbank stelde vast dat het bezwaarschrift pas op 22 maart 2021 werd ontvangen, terwijl de bezwaartermijn op 8 juli 2020 was geëindigd. Hierdoor was het bezwaar niet tijdig ingediend en terecht niet-ontvankelijk verklaard. Eiser verzocht ook om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar de rechtbank concludeerde dat de redelijke termijn nog niet was overschreden omdat de zaak binnen twee jaar na ontvangst van het bezwaar werd behandeld.
Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter A.P. Hameete op 23 februari 2023.