Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekers;
- mevrouw [naam01] , werkzaam bij Avres (hierna: schuldhulpverlening);
- de heer I. Bilici, werkzaam bij de Nederlandse Budgetcentrale (hierna: beschermingsbewind).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekers hebben een schuldregeling aangeboden aan hun schuldeisers, waarbij zij een uitkering van circa 3,1% aan preferente en 1,55% aan concurrente schuldeisers boden. Achttien van de negentien schuldeisers gingen hiermee akkoord, maar ABN AMRO Bank weigerde instemming vanwege twijfels over de inspanningsverplichting en de volledigheid van het aanbod.
De rechtbank stelde vast dat verzoekers onder beschermingsbewind staan, geen nieuwe schulden maken en dat het voorstel goed is gedocumenteerd en getoetst door een onafhankelijke partij. Verzoeker werkt fulltime met uitzicht op een vast contract, terwijl verzoekster vanwege medische beperkingen slechts beperkt arbeid kan verrichten.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de meerderheid van de schuldeisers en verzoekers zwaarder weegt dan dat van ABN, die slechts 11,1% van de schuldenlast heeft. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen omdat dit minder gunstig zou zijn voor de schuldeisers.
De rechtbank beveelt ABN om in te stemmen met de schuldregeling en veroordeelt haar in de proceskosten. Dit vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank beveelt ABN AMRO Bank in te stemmen met de schuldregeling en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de WSNP af.