De rechtbank Rotterdam behandelde op 26 januari 2023 verzoeken van de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering (GI) en de moeder van een minderjarig kind onder toezichtstelling. De GI verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing in een weekendpleeggezin voor nader onderzoek, terwijl de moeder verzocht om opheffing van de schriftelijke aanwijzing, opheffing van de ondertoezichtstelling en vervanging van de GI.
De rechtbank constateerde dat het kind onder toezicht staat vanwege aanhoudende spanningen tussen de ouders, die niet in staat zijn constructief samen te werken. De GI stelde dat een weekendpleeggezin met een christelijke levensovertuiging het meest passend is voor nader onderzoek, maar de moeder betoogde dat uithuisplaatsing een laatste redmiddel is en dat de GI onvoldoende heeft geprobeerd minder ingrijpende maatregelen te treffen.
De rechtbank oordeelde dat een uithuisplaatsing in een weekendpleeggezin op dit moment te belastend en potentieel schadelijk is voor het kind, mede vanwege het loyaliteitsconflict tussen de ouders. Ook wees de rechtbank het verzoek tot vervanging van de GI af, omdat dit zou leiden tot vertraging en stagnatie in het traject. Het verzoek tot opheffing van de ondertoezichtstelling werd ingetrokken door de moeder en daarom afgewezen.
De rechtbank benadrukte het belang van rust voor het kind en het voorkomen van verdere loyaliteitsconflicten. Zij verzocht de GI om samen met de ouders te onderzoeken welke vertrouwenspersoon het kind kan ondersteunen. Alle verzoeken werden afgewezen en de ondertoezichtstelling blijft gehandhaafd.