De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om een ondertoezichtstelling van een minderjarige voor twaalf maanden vanwege ernstige ontwikkelingsbedreiging binnen een problematisch gezin. De Raad stelde dat regie over de hulpverlening noodzakelijk was om de situatie te verbeteren.
De ouders erkenden de zorgen maar betoogden dat zij inmiddels veel hulp accepteren en de situatie aanzienlijk is verbeterd. Zij maken gebruik van huishoudelijke hulp, bewindvoering en de moeder volgt behandeling voor haar alcoholverslaving. Ook staan zij open voor aanvullende hulp binnen het vrijwillig kader.
De kinderrechter concludeerde dat de ouders in staat zijn de ontwikkelingsbedreiging weg te nemen zonder ondertoezichtstelling. Bovendien zou een ondertoezichtstelling door het ontbreken van een vaste jeugdbeschermer extra stress veroorzaken en de kans op terugval vergroten. Daarom werd het verzoek van de Raad afgewezen.
De kinderrechter benadrukte dat er nog zorgen zijn en onderschreef het belang van relatietherapie en aanvullende hulp zoals NIKA of Theraplay. Het vonnis werd op 3 februari 2023 mondeling uitgesproken en op 20 februari schriftelijk vastgesteld.