Uitspraak
[verdachte01] ,
niet verschenen.
Procedure
Verzoek
Toepasselijke verdragen
- het Europees Verdrag betreffende uitlevering (
- het Tweede Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag betreffende uitlevering (
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van Turkse autoriteiten tot uitlevering van een verdachte die wordt verdacht van moord gepleegd op 14 augustus 2019 in Bodrum, Turkije. De verdachte, die zowel de Nederlandse als Turkse nationaliteit bezit, werd op 14 juni 2022 aangehouden en erkende zijn identiteit.
De rechtbank stelde vast dat het verzoek voldeed aan de wettelijke eisen, waaronder de dubbele strafbaarheid van het feit volgens zowel Turks als Nederlands recht. De stukken waren toereikend en de terugkeergarantie, die waarborgt dat de verdachte bij veroordeling zijn straf in Nederland mag ondergaan, was specifiek verstrekt.
De verdediging voerde aan dat de terugkeergarantie uitgebreid zou moeten worden vanwege de nog niet vervulde Turkse militaire dienstplicht van de verdachte, maar de rechtbank oordeelde dat dit buiten haar taak valt en dat de Minister van Justitie en Veiligheid hierover dient te beslissen.
De rechtbank zag geen aanleiding om aanvullende garanties te eisen over de procesgang of detentieomstandigheden in Turkije en verklaarde de uitlevering toelaatbaar. De beslissing werd genomen door drie rechters en uitgesproken op 6 januari 2023.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de uitlevering van de verdachte aan Turkije toelaatbaar met een specifieke terugkeergarantie.