ECLI:NL:RBROT:2023:1954
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ondertoezichtstelling minderjarige kinderen wegens onvoldoende wettelijke gronden
De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, wonende bij hun moeder, vanwege zorgen over onder meer ondergewicht en gedragsproblemen. De moeder erkent de problemen en heeft medische hulp ingeschakeld, waaronder ziekenhuisbehandelingen en psychologische diagnostiek. De moeder is bereid vrijwillige hulpverlening te accepteren en toont inzet om de situatie te verbeteren.
Tijdens de zitting, waarbij de vader niet aanwezig was en een Poolse tolk werd ingezet, heeft de gecertificeerde instelling de noodzaak van ondertoezichtstelling ondersteund vanwege de mogelijkheid om de kinderen binnen deze maatregel te spreken. Echter, vanwege wachtlijsten bij de jeugdbescherming is het onzeker of een vaste jeugdbeschermer direct kan worden aangesteld.
De kinderrechter concludeert dat de moeder met ondersteuning van het wijkteam voldoende in staat is om de ontwikkelingsbedreiging weg te nemen. Gezien de feiten en de inspanningen van de moeder acht de rechter de wettelijke criteria van artikel 1:255 BW Pro niet vervuld en wijst het verzoek tot ondertoezichtstelling af.
Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling van de minderjarige kinderen wordt afgewezen.