Eiseres kreeg een boete van € 5.000,- opgelegd wegens overtreding van de Wet dieren en hygiënevoorschriften door het niet voorkomen en verwijderen van condens in haar slachthuis. De boete werd later verlaagd naar € 4.250,- vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De toezichthouder van de NVWA constateerde op drie locaties in het bedrijf condensvorming boven naakt vlees bestemd voor humane consumptie, wat een groot risico op contaminatie met zich meebrengt. Eiseres erkende het bestaan van een goedgekeurd condensprotocol, maar betwistte niet dat condens aanwezig was en niet tijdig werd verwijderd.
De rechtbank oordeelde dat het niet betwisten van de condensvorming en het ontbreken van tijdige corrigerende maatregelen voldoende bewijs is voor overtreding van de relevante hygiënevoorschriften. Het ontbreken van directe besmetting door condensdruppels doet niet af aan het risico en de boete werd daarom terecht opgelegd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.