ECLI:NL:RBROT:2023:215

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 januari 2023
Publicatiedatum
18 januari 2023
Zaaknummer
10-691073-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling wegens psychotische decompensatie en veiligheidsrisico

De rechtbank Rotterdam heeft op 3 januari 2023 uitspraak gedaan over de verlenging van de terbeschikkingstelling van een ter beschikking gestelde die sinds 2018 onder deze maatregel valt vanwege het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie.

De ter beschikking gestelde verbleef sinds mei 2020 in een forensische beschermde woonvoorziening en verhuisde in januari 2022 naar een verdienwoning. Tot oktober 2022 functioneerde hij redelijk stabiel, maar toen trad een psychotische decompensatie op, waarbij hij agressief gedrag vertoonde en opgenomen werd op een forensisch psychiatrische afdeling.

De reclassering en psychiater adviseerden beiden verlenging van de maatregel met twee jaar, vanwege het risico op terugval en geweld bij het wegvallen van het behandelkader. De ter beschikking gestelde en zijn raadsman pleitten voor verlenging met één jaar.

De rechtbank oordeelde dat er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens en dat de veiligheid van anderen verlenging vereist. Gezien de recente verbetering en het belang van nader onderzoek, besloot de rechtbank tot verlenging met één jaar en zal de situatie dan opnieuw worden beoordeeld.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met één jaar wegens blijvend risico en psychotische decompensatie.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10-691073-17
Datum uitspraak: 3 januari 2023
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[naam ter beschikking gestelde01] ,
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01],
formeel verblijvende bij GGZ Noord-Holland-Noord, [adres01] , [postcode01] [plaats01] (de instelling),
feitelijk verblijvende FPA [naam kliniek01] te [plaats01] ,
raadsman mr. M. Berbee, advocaat te Den Helder.

1..Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 24 november 2017 is de terbeschikkingstelling van [naam01] gelast met voorwaarden betreffende het gedrag van de ter beschikking gestelde.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 17 januari 2018.
Bij beslissing van deze rechtbank van 18 januari 2022 is de terbeschikkingstelling laatstelijk verlengd met één jaar.

2..Procesverloop

De rechtbank heeft op 24 november 2022 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling met voorwaarden. Bij die vordering zijn de daarbij vereiste stukken gevoegd dan wel later toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 3 januari 2023 behandeld.
De officier van justitie mr. B.J. Berton, de ter beschikking gestelde bijgestaan door zijn raadsman, en de deskundigen [naam02] en [naam03] , beiden werkzaam bij Reclassering Nederland, zijn gehoord.

3..Adviezen

Advies reclassering
De reclassering adviseert in het rapport, gedateerd 23 november 2022, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
Sinds 28 mei 2020 verbleef de ter beschikking gestelde bij de forensische beschermde woonvoorziening De Ypenhof op het terrein van GGZ Noord-Holland Noord te [plaats01] , van waaruit hij op 10 januari 2022 is verhuisd naar een zogeheten verdienwoning in Egmond-Binnen. Hij stelde zich coöperatief op ten aanzien van zijn behandeling, totdat hij medio oktober 2022 psychisch decompenseerde. Er was sprake van een manisch psychotisch
toestandsbeeld en van ontremd en verward gedrag, waarbij de ter beschikking gestelde een raam van de woning van zijn buurman met blote vuist heeft ingeslagen en met ontbloot bovenlijf naar het ziekenhuis in Alkmaar is gelopen. Hij werd vervolgens op 16 oktober 2022 met een crisismaatregel en aansluitend met een zorgmachtiging opgenomen op de forensisch psychiatrische afdeling (FPA) van kliniek [naam kliniek01] in [plaats01] , waar hij sindsdien verblijft.
De ter beschikking gestelde is gebaat bij een gestructureerd kader. Op het moment dat het tbs-kader weg valt is de verwachting op terugval hoog; hij zal zich naar verwachting onttrekken aan zorg, zijn medicatiegebruik staken en niet naar zijn dagbesteding gaan. Het is momenteel onbekend hoelang de klinische opname noodzakelijk is en wat de route
erna wordt. Ook is nog onbekend of de ter beschikking gestelde kan terugkeren naar de huidige verdienwoning. Er kan gesteld worden dat de huidige resocialisatiepoging is mislukt en dat er tijd nodig is een herstart te maken voor een nieuwe resocialisatiepoging.
Advies psychiater
Psychiater [naam04] adviseert in het rapport, gedateerd 17 november 2022, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren.
De ter beschikking gestelde toont tijdens in gesprek met de onderzoeker een afwerende houding, vermoedelijk voortkomend vanuit onvermogen en een basaal wantrouwen naar gedragskundigen, niet zozeer vanuit onwil. Er is sprake van een gemankeerd onderzoek. Hij heeft geen machtiging ondertekend voor het opvragen van (medische) informatie bij de kliniek waar hij ten tijde van het tweede gesprek verblijft.
De ter beschikking gestelde functioneert op een intelligentieniveau dat (ver) onder het gemiddelde ligt, tussen zwakbegaafd en licht verstandelijk beperkt niveau. Daarnaast is sprake van een kwetsbaarheid voor het ontwikkelen van psychoses. In het verleden was sprake van problematisch gebruik van middelen (alcohol, cocaïne en cannabis). Hoewel hij gedurende het tbs-traject meermalen is teruggevallen in middelengebruik, zijn er geen concrete aanwijzingen dat dit thans aan de orde is. Gelet op de beperkingen van het onderzoek en omdat de ter beschikking gestelde tot aan de huidige opname relatief stabiel functioneerde, is de onderzoeker terughoudend met het classificeren van een persoonlijkheidsstoornis.
Binnen de huidige gestructureerde omgeving wordt de kans op geweld als matig ingeschat.
Buiten een behandelkader zal de kans op geweld toenemen tot hoog, in het bijzonder
als de ter beschikking gestelde zich niet conformeert aan behandeladviezen en/of als sprake is van een terugval in middelengebruik. Het risico op geweld is vooral aanwezig op het moment dat sprake is van waanideeën, waarbij hij zich vanuit psychotische belevingen bedreigd voelt en daar vervolgens met agressief gedrag op reageert.
Op het moment van schrijven van het rapport verblijft de ter beschikking gestelde op een gesloten afdeling en zijn er geen verlofbewegingen. Er is geen zicht op vervolgstappen. De psychiater verwacht niet dat binnen een jaar sprake is van een situatie waarin een onvoorwaardelijke beëindiging van de maatregel aan de orde is. De eerder gestelde voorwaarden zijn volgens de onderzoeker op zichzelf passend en behoeven geen wijziging of aanvulling.
Op de terechtzitting gegeven adviezen
De deskundigen hebben op de terechtzitting onder meer - zakelijk weergegeven - verklaard dat oplopende spanningen over het behoud van zijn woning, de aanloop naar de huidige zitting en problemen met zijn buurman er afgelopen najaar vermoedelijk voor hebben gezorgd dat de ter beschikking gestelde psychisch decompenseerde. Na de crisisinterventie is hij nu weer zodanig stabiel dat hij op 4 januari 2023 terug gaat naar zijn woning. Ook zal zijn hond weer bij hem terugkomen, wat structuur zal geven aan zijn dag. Daarnaast heeft er een gesprek plaatsgevonden met de buurman en is hetgeen er is gebeurd onderling uitgesproken. In de komende periode zal opnieuw een dagbesteding worden gezocht, mogelijk bij een kringloopwinkel waar de ter beschikking gestelde eerder heeft gewerkt, en zal in de begeleiding worden ingezet op het beter met spanningen leren omgaan, vergroting van het ziekte-inzicht, medicatiegebruik en het abstinent blijven van middelen. Daarnaast zal verder moeten worden onderzocht waardoor de ter beschikking gestelde psychotisch is gedecompenseerd en zal wellicht nog wat moeten worden geschaafd aan de diagnostiek.

4..Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde en de raadsman hebben bepleit de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar.

5..Beoordeling

Op grond van de adviezen van de deskundigen en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd.
De rechtbank stelt de duur van de verlenging op één jaar. Het ging tot aan de huidige opname heel goed met de ter beschikking gestelde; volgens het reclasseringsrapport was daarbij de vraag aan de orde of verlenging van de tbs-maatregel nog noodzakelijk zou zijn. Medio oktober 2022 is de ter beschikking gestelde psychotisch gedecompenseerd en is hij met een crisismaatregel en aansluitend met een zorgmachtiging opgenomen op de FPA, waar hij enige tijd in separatie verbleef. De deskundigen hebben hun rapporten en het advies om de maatregel met twee jaar te verlengen geschreven op een moment dat het niet goed ging met de ter beschikking gestelde, waardoor hun onderzoeken beperkingen kennen.
Positief is dat de ter beschikking gestelde inmiddels weer zover is opgeknapt dat hij terug kan naar zijn woning en deze mogelijk over enkele maanden alsnog op zijn naam kan laten zetten. De komende periode zal nader diagnostisch onderzoek worden gedaan en zullen ook de medicatie en de precieze oorzaak van de psychotische decompensatie van de ter beschikking gestelde door de behandelaars opnieuw worden bekeken. De rechtbank ziet aanleiding om, indien een verdere verlenging van de maatregel dan nog noodzakelijk wordt geacht, de stand van zaken over een jaar opnieuw op zitting te bespreken en daarin ook de voor- en nadelen van het civielrechtelijke traject - dat op dit moment parallel loopt met het tbs-kader - mee te nemen.

6..Beslissing

De rechtbank:
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met
1 (één)jaar;
wijst afhet meer of anders gevorderde.
Deze beslissing is genomen door
mr. B.E. Dijkers, voorzitter,
en mrs. M.K. Asscheman-Versluis en J.M.L. van Mulbregt, rechters,
in tegenwoordigheid van M.J. Grootendorst, griffier
en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
De oudste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.