In deze strafzaak stond verzoeker terecht voor mishandeling van zijn ex-vriendin waarbij het letsel aan haar enkel centraal stond. Tijdens de zitting uitte de rechter haar interpretatie van een foto van het letsel, waarbij zij sprak over een 'ei' of 'bult' op de enkel, wat verzoeker als vooringenomenheid betoogde.
Verzoeker stelde dat de rechter zonder medische kennis een oordeel had gevormd en dat deze interpretatie niet strookte met de medische informatie en waarnemingen van verbalisanten, die slechts een schaafwond en blauwe plek constateerden. Ook werd aangevoerd dat de rechter haar gebrek aan strafrechtelijke specialisatie had erkend, wat het vertrouwen in haar onpartijdigheid zou ondermijnen.
De wrakingskamer oordeelde echter dat de rechterlijke interpretatie niet zodanig onbegrijpelijk was dat sprake kon zijn van vooringenomenheid. De rechter gaf verzoeker en zijn raadsman bovendien gelegenheid te reageren, en haar uitlatingen sloten een oordeel over de oorzaak van het letsel niet uit. De foto en de interpretatie daarvan dienen in samenhang met ander bewijs te worden gewogen.
Gelet op het ontbreken van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing voor partijdigheid vormen, wees de wrakingskamer het verzoek af. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.