ECLI:NL:RBROT:2023:2314
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in wrakingsverzoek wegens ontbreken rechterlijke aanwijzing
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de procedure met kenmerk 10312137 VZ 23-1111 zou behandelen. Het verzoek bevatte geen naam van de rechter en er was nog geen rechter aan de zaak toegewezen. De correspondentie met verzoeker kwam uitsluitend van de griffier, die zonder rechterlijke instructie griffierechten heft.
De rechtbank oordeelde dat wraking slechts mogelijk is bij zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid jegens de rechter die daadwerkelijk de zaak behandelt. Omdat verzoeker niet kon aantonen dat het verzoek betrekking had op een benoemde rechter, werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Een mondelinge behandeling van het verzoek was niet nodig omdat het debat over de gegrondheid niet aan de orde was. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer voor wrakingszaken en is onherroepelijk.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek wegens het ontbreken van aanwijzingen dat de wraking betrekking heeft op een benoemde rechter.