ECLI:NL:RBROT:2023:2314

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 februari 2023
Publicatiedatum
20 maart 2023
Zaaknummer
652182 / HA RK 23-126
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
artikel 8, lid 2, aanhef en onder e Wrakingsprotocol rechtbank RotterdamWet griffierechten burgerlijke zaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in wrakingsverzoek wegens ontbreken rechterlijke aanwijzing

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de procedure met kenmerk 10312137 VZ 23-1111 zou behandelen. Het verzoek bevatte geen naam van de rechter en er was nog geen rechter aan de zaak toegewezen. De correspondentie met verzoeker kwam uitsluitend van de griffier, die zonder rechterlijke instructie griffierechten heft.

De rechtbank oordeelde dat wraking slechts mogelijk is bij zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid jegens de rechter die daadwerkelijk de zaak behandelt. Omdat verzoeker niet kon aantonen dat het verzoek betrekking had op een benoemde rechter, werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard.

Een mondelinge behandeling van het verzoek was niet nodig omdat het debat over de gegrondheid niet aan de orde was. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer voor wrakingszaken en is onherroepelijk.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek wegens het ontbreken van aanwijzingen dat de wraking betrekking heeft op een benoemde rechter.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer voor wrakingszaken
Zaaknummer / rekestnummer: 652182 / HA RK 23-126
Beslissing van 9 februari 2023
op het verzoek van
[naam verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
strekkende tot wraking van:
de rechter die de procedure met kenmerk 10312137 VZ 23-1111 zal behandelen.

1.Het procesverloop en de processtukken

1.1.
Verzoeker heeft bij deze rechtbank een verzoekschrift ingediend strekkende tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor, waarbij mr. [naam raadsheer] , raadsheer in het gerechtshof Den Haag, als getuige zal worden gehoord. Deze procedure heeft als kenmerk 10312137 VZ 23-1111.
1.2.
Bij de indiening van het verzoekschrift heeft verzoeker verzocht om vrijstelling van het griffierecht. Per e-mailbericht van 1 februari 2023 heeft de griffier aan verzoeker meegedeeld dat het verzoek om vrijstelling van griffierecht wordt afgewezen.
1.3.
Bij e-mailbericht van 2 februari 2023 heeft verzoeker bij de rechtbank Den Haag een wrakingsverzoek ingediend. Bij e-mailbericht van 3 februari 2023 heeft de griffier van de rechtbank Den Haag het wrakingsverzoek doorgezonden aan de rechtbank Rotterdam.
1.4.
Aan de wrakingskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven procedure. Hieruit blijkt dat nog niet bekend is welke rechter genoemde procedure gaat behandelen.

2.De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1.
Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Bij de beoordeling van een verzoek tot wraking dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert, althans dat de door verzoeker geuite vrees voor vooringenomenheid van de rechter door objectieve factoren gerechtvaardigd is.
2.2.
Het wrakingsverzoek van verzoeker luidt als volgt:
“Beste heer, mevrouw,
Hierbij wraak ik de betreffende rechter. Ik ga er van uit dat deze de griffier heeft geïnstrueerd, aangezien de griffier niet gaat over mijn recht op toegang tot de rechter.
Graag ontvang ik zo spoedig mogelijk de naam van deze rechter.
Aangezien ik voldoe aan de criteria van vrijstelling van het griffierecht, door uw rechtbank in diverse procedures reeds verleend, is de nieuwe, ongemotiveerde lijn van uw rechtbank in strijd met een eerlijk proces, specifiek het recht op toegang tot de rechter.
Ten overvloede merk ik op dat ik geen factuur heb gezien.
Graag ontvang ik de uitnodiging voor de zitting via telehoren.”
2.3.
Uit het verzoek blijkt niet dat dit betrekking heeft op de rechter die met de behandeling van de zaak belast is. De naam van de rechter wordt door verzoeker niet genoemd. Evenmin blijkt uit de stukken in het dossier dat de zaak inmiddels aan een rechter is toebedeeld. De tot nu toe in de zaak met verzoeker gevoerde correspondentie is afkomstig van de griffier: het griffierecht wordt, anders dan verzoeker kennelijk veronderstelt, zonder instructie van een rechter geheven op grond van de Wet griffierechten burgerlijke zaken. Om deze redenen kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen.
2.4.
Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.
2.5.
De wrakingskamer zal verzoeker om deze redenen, met toepassing van artikel 8, lid 2, aanhef en onder e van het Wrakingsprotocol rechtbank Rotterdam, niet-ontvankelijk verklaren in het wrakingsverzoek.

3.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van de rechter die de procedure met kenmerk 10312137 VZ 23-1111 zal behandelen.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.R. Roukema, voorzitter, mr. dr. P.G.J. van den Berg en mr. M.B. van den Enden, rechters en door de voorzitter in het openbaar uitgesproken
op 9 februari 2023 in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier en door hen ondertekend.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.