ECLI:NL:RBROT:2023:2419

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 maart 2023
Publicatiedatum
22 maart 2023
Zaaknummer
C/10/653214 / HA RK 23-190
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:203 BWArt. 4:206 lid 6 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming van vereffenaar in nalatenschap wegens vermiste erfgenaam

Op 21 augustus 2016 overleed mevrouw erflaatster, die een testament had opgesteld waarin haar echtgenoot en kinderen tot erfgenamen werden benoemd. De echtgenoot was reeds overleden, zodat alleen de kinderen erfgenaam zijn. Eén van de kinderen, [voornaam02], is sinds 7 december 2009 vermist en heeft geen bekende woon- of verblijfplaats. De andere erfgenaam, [voornaam01], staat onder bewind en kan de vereffening van de nalatenschap niet zelfstandig uitvoeren.

De Stichting Veritas, als bewindvoerder van [voornaam01], verzocht de rechtbank om een vereffenaar te benoemen. De rechtbank oordeelde dat aan de voorwaarden van artikel 4:203 lid 1 onder Pro a BW is voldaan, aangezien de nalatenschap beneficiair is aanvaard en een erfgenaam het verzoek tot benoeming heeft ingediend. Door de vermissing van [voornaam02] kan de vereffening niet gezamenlijk worden uitgevoerd, waardoor de benoeming van een vereffenaar noodzakelijk is.

De rechtbank benoemde mr. D.R. Katoen-Senneker tot vereffenaar en bepaalde dat zij de benoeming bekend moet maken in de digitale Staatscourant. Tevens werd de griffier verzocht de benoeming in te schrijven in het boedelregister en de kantonrechter te informeren. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er staat hoger beroep open binnen drie maanden.

Uitkomst: De rechtbank benoemt mr. D.R. Katoen-Senneker tot vereffenaar in de nalatenschap vanwege vermissing van een erfgenaam.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/653214 / HA RK 23-190
Beschikking van 15 maart 2023
in de zaak van
STICHTING VERITAS VERTEGENWOORDIGING, in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan
[naam01],
gevestigd te Rotterdam ,
verzoekster,
advocaat mr. W.H. Benard te Dordrecht,
belanghebbende:
[naam02],
wonende op een onbekend adres.

1.De procedure

1.1.
Op 21 februari 2023 is bij de rechtbank ingekomen het verzoekschrift van verzoekster tot benoeming van een vereffenaar, met producties.
1.2.
Omdat de woonplaats van de belanghebbende onbekend is, heeft de rechtbank haar niet kunnen aanschrijven en besloten om zonder mondelinge behandeling uitspraak te doen.

2.De beoordeling

2.1.
Op 21 augustus 2016 is te [plaats01] overleden mevrouw [erflaatster] (hierna: erflaatster), geboren op [geboortedatum01] 1932 te [geboorteplaats01] en laatst gewoond hebbende te Hoogvliet Rotterdam. Erflaatster heeft op 6 mei 1987 een testament opgemaakt waarin zij haar echtgenoot en kinderen tot haar erfgenamen heeft benoemd. De echtgenoot van erflaatster, de heer [naam03] , is voor erflaatster overleden, zodat alleen de kinderen van erflaatster haar erfgenaam zijn. [naam01] (hierna: [voornaam01] ) en [naam02] (hierna: [voornaam02] ) zijn de kinderen van erflaatster.
2.2.
De goederen die (zullen) toebehoren aan [voornaam01] zijn onder bewind gesteld en verzoekster is tot bewindvoerder van [voornaam01] benoemd. Verzoekster heeft bij akte van 1 februari 2023 namens [voornaam01] de nalatenschap van erflaatster beneficiair aanvaard, zodat deze moet worden vereffend. Verzoekster stelt dat het voor [voornaam01] niet mogelijk is om zelf de vereffening ter hand te nemen, omdat hij onder bewind staat en omdat [voornaam02] al geruime tijd (in ieder geval sinds 7 december 2009) is vermist.
2.3.
Verzoekster verzoekt gelet hierop om mr. D.R. Katoen-Senneker tot vereffenaar te benoemen in de nalatenschap van erflaatster.
2.4.
De rechtbank kan op grond van artikel 4:203 lid 1 onder Pro a BW een vereffenaar benoemen als een nalatenschap beneficiair is aanvaard en een erfgenaam verzoekt een vereffenaar te benoemen. Aan deze beide voorwaarden is voldaan. Verzoekster heeft ook voldoende onderbouwd dat er een belang is om een vereffenaar te benoemen. Alle erfgenamen oefenen immers hun bevoegdheden als vereffenaar tezamen uit. Doordat [voornaam02] vermist is en geen bekende woon- of verblijfplaats heeft, kan hieraan niet voldaan worden en komt de vereffening niet van de grond. De rechtbank zal het verzoek daarom toewijzen en een vereffenaar benoemen in de nalatenschap van erflaatster. De rechtbank heeft [voornaam02] niet over het verzoek kunnen horen, omdat zij geen bekende woon- of verblijfplaats heeft.
2.5.
Verzoekster heeft voorgesteld om mr. D.R. Katoen-Senneker tot vereffenaar te benoemen, zodat de rechtbank haar tot vereffenaar zal benoemen. De vereffenaar dient de benoeming zelf bekend te maken in de (digitale) Staatscourant.

3.De beslissing

De rechtbank
benoemt
mr. Daniëlle Rebecca Katoen-Senneker, kantoorhoudende aan de Jan Campertlaan 10, 3201 AX te Spijkenisse, tot vereffenaar in de nalatenschap van:
[erflaatster],
geboren op [geboortedatum01] 1932,
laatstelijk wonende te [woonplaats01] ,
overleden op 21 augustus 2016,
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de digitale Staatscourant;
verzoekt de griffier de benoeming onverwijld in te schrijven in het boedelregister van de rechtbank op voet van het bepaalde in artikel 4:206 lid 6 BW Pro;
verzoekt de griffier de kantonrechter te Rotterdam, locatie Rotterdam, op de hoogte te stellen van deze benoeming.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2023.
3120
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.