Verzoekers hebben een schuldregeling aangeboden waarbij preferente en concurrente schuldeisers een percentage van hun vordering ontvangen, gebaseerd op de afloscapaciteit van verzoeker met een fulltime dienstverband. Veertien van de zestien schuldeisers stemden in, maar ING en ToeslagenPortal weigerden. De rechtbank beoordeelde of deze weigering redelijk was, gelet op het belang van verzoekers en de meerderheid van schuldeisers.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker werkt en verzoekster momenteel niet kan werken vanwege fysieke beperkingen, maar wel bereid is te werken zodra mogelijk. De regeling is getoetst door een onafhankelijke partij en wordt gemonitord door schuldhulpverlening en beschermingsbewind. De rechtbank concludeerde dat het voorstel het uiterste is wat verzoekers kunnen bieden en dat het belang van verzoekers en instemmende schuldeisers zwaarder weegt dan dat van de weigeraars.
Daarom werd ING en ToeslagenPortal bevolen in te stemmen met de regeling. De kosten van de procedure werden aan hen opgelegd. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen omdat het dwangakkoord een gunstiger resultaat oplevert voor schuldeisers. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en treedt in de plaats van vrijwillige instemming.