Partijen hadden een affectieve relatie en huurden samen een sociale huurwoning waar zij met hun drie jonge kinderen woonden. Na de verbroken relatie in juli 2022 heeft de moeder het eenhoofdig gezag over de kinderen gekregen. De ex-partner heeft de woning per 6 oktober 2022 verlaten en staat niet meer ingeschreven op het adres.
De moeder vorderde dat de ex-partner het huurrecht niet langer zou voortzetten en dat hij de woning zou verlaten, met een dwangsom bij niet-naleving. De ex-partner verzette zich niet tegen het beëindigen van zijn huurrecht, maar stelde dat hij de woning al had verlaten, waardoor de ontruimingsvordering geen belang meer had.
De kantonrechter oordeelde dat het naar billijkheid geboden is dat de ex-partner het huurrecht niet langer voortzet, zodat alleen de moeder het huurrecht behoudt. De vordering tot ontruiming en dwangsom werd afgewezen omdat de ex-partner de woning al had verlaten en de moeder geen belang meer had bij die vordering. Proceskosten werden gecompenseerd en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.