Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 9 december 2022, met bijlagen 1 tot en met 9;
- het antwoord.
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure tussen eiser, handelend onder een handelsnaam, en gedaagde, die zelf procedeert, is vastgesteld dat de zaak niet door de huidige kantonrechter kan worden behandeld. Dit omdat de gedaagde eerder als kanonrechter bij de rechtbank Rotterdam is betrokken geweest, waardoor een mogelijke schijn van partijdigheid kan ontstaan.
De mondelinge behandeling die gepland stond op 10 maart 2023 is geannuleerd na constatering van deze situatie. De kantonrechter heeft vervolgens besloten de zaak te verwijzen naar de kantonrechter te Den Haag voor verdere behandeling.
De griffier is opgedragen de processtukken en een afschrift van het vonnis tijdig toe te zenden aan de griffier van de kantonrechter te Den Haag. Het vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2023.
Uitkomst: De zaak is verwezen naar de kantonrechter te Den Haag vanwege eerdere betrokkenheid van de gedaagde als kanonrechter.