AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toekenning zorgmachtiging op grond van Wvggz voor verslavingsproblematiek en traumagerelateerde stoornis
De rechtbank Rotterdam behandelde op 21 februari 2023 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 WvggzPro voor betrokkene, die lijdt aan een ernstige cocaïneverslaving en een traumagerelateerde psychische stoornis. Uit de medische verklaring en het zorgplan blijkt dat betrokkene dagelijks grote hoeveelheden cocaïne gebruikt, wat leidt tot ernstig nadeel zoals lichamelijke schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
Betrokkene is meerdere malen vrijwillig opgenomen geweest, maar verliet telkens voortijdig de zorginstelling vanwege onrust en de drang naar drugs. De onafhankelijk psychiater heeft betrokkene als wilsbekwaam beoordeeld, en er is geen sprake van acuut levensgevaar of ernstig nadeel voor anderen, zodat de wensen van betrokkene ten aanzien van verplichte zorg moeten worden gerespecteerd. Betrokkene heeft aangegeven een zorgmachtiging te willen om hulp te krijgen bij het stoppen met het gebruik van cocaïne.
De rechtbank acht de voorgestelde vormen van verplichte zorg noodzakelijk en proportioneel, waaronder medicatietoediening, bewegingsbeperkingen, controles op middelengebruik en opname in een accommodatie. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar. De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van zes maanden, ingaande op de dag van de mondelinge behandeling, 21 februari 2023.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen aan betrokkene.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/652424 / FA RK 23-953
Referentienummer: [nummer01]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 21 februari 2023 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene01],
geboren op [geboortedatum01] 1999 te [geboorteplaats01] ,
hierna: betrokkene,
wonende en verblijvende te [plaats01] ,
advocaat mr. L.A. Middelkoop te Rotterdam.
1.Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 8 februari 2023.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring opgesteld door [psychiater01] , psychiater, van 24 januari 2023;
de zorgkaart van 21 december 2022;
het zorgplan van 5 december 2022;
de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
de relevante strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene;
het bericht dat er geen relevante politiegegevens van betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 21 februari 2023. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;
[naam01] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige, verbonden aan Antes;
[naam02] , begeleidster, Humanitas.
1.3.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
2.Beoordeling
2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een verslaving aan cocaïne en een traumagerelateerde stoornis. De verslaving van betrokkene is van zodanige ernst dat het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen daardoor zo ingrijpend worden beïnvloed dat sprake is van een psychische stoornis - voortvloeiende of samenhangend met een verslaving aan middelen - zodat tot toepassing van de Wvggz kan worden gekomen.
2.2.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van, of het aanzienlijk risico op, levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat zij onder invloed van een ander raakt.
Betrokkene gebruikt dagelijks cocaïne. Zij gebruikt dit om haar emoties en traumata te verdoven. Betrokkene kan moeilijk grenzen stellen aan het gebruik en zij gebruikt geregeld grote hoeveelheden (8-9 gram per dag). Dit kan leiden tot lichamelijke schade. Betrokkene geeft tijdens de mondelinge behandeling aan dat ze de hele dag op zoek is naar drugs. Zij komt tot niets anders. Betrokkene slaapt slecht, eet soms dagen niet, verzorgt zichzelf slecht en komt in aanraking met mensen die misbruik van haar willen maken. Betrokkene is al meerdere keren vrijwillig opgenomen geweest, maar zij heeft iedere keer de accommodatie voortijdig verlaten omdat de onrust en zucht naar drugs te groot werden. Betrokkene wordt dan onredelijk en verbaal dreigend. Ook licht zij mensen op en bedreigt mensen om aan geld te komen.
2.3.
Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van haar psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
De onafhankelijk psychiater heeft betrokkene als wilsbekwaam beoordeeld. Ook is er volgens het verzoek, de medische verklaring en het zorgplan geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 2:1 lid 6 sub b WvggzPro. Er dreigt geen acuut levensgevaar, noch is er sprake van ernstig nadeel voor een ander. Dit betekent dat de wensen en voorkeuren van betrokkene ten aanzien van de verplichte zorg gehonoreerd moeten worden. Betrokkene verklaart tijdens de mondelinge behandeling dat zij graag een zorgmachtiging wil, met de zorgvormen zoals die thans worden verzocht. Zij heeft verplichte zorg nodig om te stoppen met het gebruik van cocaïne. Het lukt haar niet een behandeling op vrijwillige basis langdurig aan te gaan. Het ene moment zegt zij dat zij een machtiging wil, maar het andere moment is zij daar ambivalent in. Bij eerdere vrijwillige opnames heeft betrokkene tegen advies de accommodatie vroegtijdig verlaten. Op zulke momenten zijn er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig in overeenstemming met de wens van betrokkene.
2.5.
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Betrokkene stemt in met deze vormen van verplichte zorg. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
het toedienen medicatie, alsmede het verrichten van medische controles;
het beperken van de bewegingsvrijheid;
het onderzoek aan kleding of lichaam;
het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken;
het opnemen in een accommodatie.
2.6.
Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Verder is de voorgestelde verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.
3.Beslissing
De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene01] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 augustus 2023;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 21 februari 2023 mondeling gegeven door mr. J. van Driel, rechter, in tegenwoordigheid van H.J. de Wit, griffier, en op 28 februari 2023 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.