ECLI:NL:RBROT:2023:2732

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 februari 2023
Publicatiedatum
29 maart 2023
Zaaknummer
C/10/649603 / JE RK 22-2903
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onder toezichtstelling van twee minderjarige kinderen wegens bedreigde ontwikkeling en hulpverleningsbehoefte

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de kinderrechter om een ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2008 en 2012, vanwege zorgen over hun lichamelijke en emotionele ontwikkeling, belast verleden en schoolverzuim. De moeder, belast met het ouderlijk gezag, woont met de kinderen en ontvangt praktische ondersteuning van Middin. Ondanks liefdevolle interactie is het de moeder niet gelukt zelfstandig de zorgen weg te nemen of hulpverlening effectief in te zetten.

Tijdens de mondelinge behandeling bevestigde de gecertificeerde instelling de zorgen over het belaste verleden van de moeder en haar beperkte begeleidbaarheid, waardoor hulpverlening niet van de grond komt. De moeder verzette zich tegen het verzoek en benadrukte haar inzet en medewerking, waaronder betrokkenheid van de Kredietbank en medische behandeling van een kind met diabetes type 2.

De kinderrechter constateerde dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd en dat passende hulpverlening noodzakelijk is om blijvende verbetering te realiseren. Hoewel positieve ontwikkelingen zichtbaar zijn, zijn deze nog kwetsbaar. Daarom werd besloten tot een ondertoezichtstelling voor negen maanden, korter dan het gevraagde jaar, met als doel structurele schoolgang en medische trajecten te waarborgen. Het overige deel van het verzoek werd afgewezen.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en kan binnen drie maanden met tussenkomst van een advocaat worden aangevochten bij het gerechtshof te Den Haag.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de kinderen onder toezicht voor negen maanden en wijst het overige verzoek af.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/649603 / JE RK 22-2903
Datum uitspraak: 22 februari 2023

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen: de Raad, gevestigd te Rotterdam,
betreffende

[naam kind01] ,

geboren op [geboortedatum01] 2008 te [geboorteplaats01] , hierna te noemen: [naam kind01] ,

[naam kind02] ,

geboren op [geboortedatum02] 2012 te [geboorteplaats02] , hierna te noemen: [naam kind02] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam01] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats01] .

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het proces-verbaal van de zitting van 17 januari 2023;
- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 15 december 2022, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum.
Op 22 februari 2023 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld.
Verschenen zijn:
- [naam kind01] , die voorafgaand aan de zitting apart is gehoord,
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [naam02] ;
- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen: de GI, [naam03] .

De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [naam kind01] en [naam kind02] .
[naam kind01] en [naam kind02] wonen bij hun moeder.

Het verzoek

De Raad verzoekt een ondertoezichtstelling van [naam kind01] en [naam kind02] voor de duur van een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De Raad handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht het als volgt toe. Er bestaan zorgen over de ontwikkeling van de kinderen en hulpverlening is nodig om deze zorgen weg te kunnen nemen. De kinderen kennen een belast verleden. Daarnaast baart hun lichamelijke en emotionele ontwikkeling zorgen. Ook de huisarts uit zorgen over de kinderen. Verder verzuimen de kinderen veelvuldig van school. Voor de moeder is Middin betrokken die haar praktische ondersteuning biedt. Hoewel zichtbaar is dat de interactie tussen de moeder en de kinderen liefdevol is, is het de moeder de afgelopen periode niet gelukt om de zorgen zelfstandig weg te nemen. Ook lukt het niet om hulpverlening voor de kinderen in te zetten. De moeder reageert niet op haar e-mail berichten, waardoor onder andere de inzet van Alles Kids – voor het overgewicht van de kinderen – niet van de grond komt. Het gedwongen kader van een ondertoezichtstelling is nodig om de noodzakelijke hulp op te kunnen starten. De verwachting is dat enige tijd nodig zal zijn om ervoor te zorgen dat de nog in te zetten hulpverlening ook daadwerkelijk beklijft, een ondertoezichtstelling voor de periode van een jaar is zeker noodzakelijk.

De standpunten

De GI brengt tijdens de mondelinge behandeling naar voren dat er zorgen bestaan over het belaste verleden van de moeder dat zij nog niet heeft verwerkt. Daarnaast is het zorgelijk dat de moeder medische afspraken niet nakomt en ook het schoolverzuim van de kinderen is reden tot zorg. In de kern hebben de zorgen met name betrekking op de begeleidbaarheid van de moeder, waardoor de hulpverlening niet van de grond komt. Een jeugdbeschermer beschikt over meer mogelijkheden dan de vrijwillig betrokken hulpverlening en kan daarom de noodzakelijke hulpverlening vormgeven.
De moeder verzet zich, tijdens de mondelinge behandeling, tegen het verzoek van de Raad. Het verbaast de moeder dat de Raad en de GI van mening zijn dat de hulpverlening door toedoen van de moeder niet van de grond komt. Tot op heden staat de moeder overal voor open en zij werkt overal aan mee. De moeder herkent zich niet in het van haar geschetste beeld in de stukken en is niet nalatig geweest. Sinds vorig jaar zet de moeder zich met behulp van Middin in voor een verbetering van de situatie. Zo is de Kredietbank inmiddels betrokken voor de financiële situatie is en [naam kind01] is onder behandeling van de diëtiste die heeft vastgesteld dat bij haar sprake is van diabetes type 2. De moeder begrijpt niet dat zij, anders dan eerder kenbaar is gemaakt, geen contactpersoon heeft gehad en dat vanuit de Raad en de GI geen verdere ondersteuning is geboden, terwijl zij zich grote zorgen maken om de kinderen. Nu de moeder zich de afgelopen anderhalf jaar zelfstandig inzet voor een verbetering van een situatie en dit ook zichtbaar is, is een ondertoezichtstelling niet noodzakelijk.

De beoordeling

Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat [naam kind01] en [naam kind02] ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. In de periode voorafgaand aan het raadsonderzoek waren de zorgen over de kinderen en hun opvoedingsomgeving fors. In de relatie tussen de moeder en haar ex-partner was sprake van huiselijk geweld als gevolg waarvan de kinderen tijdelijk op vrijwillige basis elders hebben verbleven. Na het verbreken van deze relatie in het voorjaar van 2022 zijn geen zorgen meer geuit over dat sprake zou zijn van directe onveiligheid in de opvoedingssituatie van de kinderen. Dit neemt niet weg dat de kinderen blootgesteld zijn geweest aan onveilige gebeurtenissen in de thuissituatie. Ook hebben een langere periode zorgen bestaan over het schoolverzuim van de kinderen en over hun overgewicht. Sinds de herfstvakantie verzuimt [naam kind02] niet meer van school en staat [naam kind01] onder behandeling van een diëtiste in het ziekenhuis. Mede door de inspanningen van de moeder is een verbetering van de thuissituatie en daarmee de ontwikkeling van de kinderen zichtbaar. Tegelijkertijd erkent de moeder dat afspraken met de hulpverlening ook nu nog niet altijd doorgang vinden, omdat bijvoorbeeld [naam kind01] of de moeder zelf ziek zijn en dat nu slechts (praktische) hulpverlening voor de moeder van Middin betrokken is. Ondanks dat de moeder complimenten verdient voor de positieve ontwikkeling waarvan sprake is, is deze nog pril en kwetsbaar. Het voorgaande maakt dat de kinderrechter van oordeel is dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek. Van belang is passende hulpverlening in te zetten om de moeder en de kinderen de ondersteuning te bieden die nodig is voor een blijvende verbetering in de opvoedingssituatie. Met name is het vormgeven van structurele schoolgang van [naam kind01] en het opstarten van het traject van Alles Kids voor de kinderen van groot belang. De kinderrechter zal [naam kind01] en [naam kind02] onder toezicht stellen, maar wegens de eerder benoemde positieve ontwikkelingen voor een kortere duur dan is verzocht, namelijk voor de periode van negen maanden. De beslissing op het overige deel (drie maanden) van het verzoek zal de kinderrechter afwijzen.

De beslissing

De kinderrechter:
stelt [naam kind01] en [naam kind02] onder toezicht van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, met ingang van 22 februari 2023 tot 22 november 2023;
verklaart deze beschikking – tot zover – uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het anders of meer verzochte.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2023 door mr. K.J. van den Herik in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Batenburg, als griffier en schriftelijk vastgesteld op 14 maart 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.