ECLI:NL:RBROT:2023:2767
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Oproeping vordering gijzeling nietig wegens ontbreken verzending afschrift naar BRP-adres veroordeelde
Het gerechtshof Den Haag heeft aan de veroordeelde bij arrest een ontnemingsmaatregel opgelegd van € 2.596,29, welke onherroepelijk is geworden. Het Openbaar Ministerie vorderde vervolgens een machtiging tot gijzeling wegens niet-betaling van dit bedrag. De vordering werd op 15 november 2022 ingediend en op 22 februari 2023 behandeld door de politierechter.
De veroordeelde was niet aanwezig op de zitting en zijn advocaat was niet uitdrukkelijk gemachtigd om hem te vertegenwoordigen. De advocaat voerde aan dat de oproeping niet geldig was omdat deze niet aan het adres in de basisregistratie personen (BRP) was verzonden, terwijl de veroordeelde bekend was met de vervolging en de oproeping daarom volgens artikel 6:6:25 lid 3 Wetboek Pro van Strafvordering naar het BRP-adres had moeten worden gestuurd.
De rechtbank constateerde dat uit het dossier niet bleek dat de oproeping naar het BRP-adres was verzonden. Er was wel een poging gedaan de oproeping uit te reiken op dat adres, maar dit was niet gelukt. Zonder bewijs van verzending van een afschrift aan het BRP-adres was de oproeping niet geldig. Daarom verklaarde de politierechter de oproeping nietig.
Uitkomst: De politierechter verklaart de oproeping nietig wegens het ontbreken van een afschrift naar het BRP-adres van de veroordeelde.