ECLI:NL:RBROT:2023:2768
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Oproeping nietig wegens ontbreken publicatie in Staatscourant bij onbekende verblijfplaats veroordeelde
De rechtbank Rotterdam behandelde op 22 februari 2023 een vordering tot machtiging gijzeling wegens niet-betaling van een ontnemingsmaatregel van €71.006,79 opgelegd door het gerechtshof Den Haag. De veroordeelde, die geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft en niet is ingeschreven in de basisregistratie personen, was niet op de zitting verschenen en had geen standpunt ingenomen.
Het Openbaar Ministerie had de oproeping op reguliere wijze betekend aan zichzelf, maar niet gepubliceerd in de Staatscourant. De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 6:6:25, derde lid, Wetboek van Strafvordering, bij personen zonder vaste woon- of verblijfplaats de oproeping in de Staatscourant moet worden gepubliceerd. Deze publicatie ontbrak, waardoor de oproeping niet rechtsgeldig was.
De rechtbank verklaarde de oproeping nietig en kon de zaak daarom niet inhoudelijk behandelen. Hiermee wordt bevestigd dat bij gijzelingsvorderingen wegens ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel de bijzondere oproepregels strikt moeten worden nageleefd.
Uitkomst: De oproeping is nietig verklaard wegens het ontbreken van publicatie in de Staatscourant bij een veroordeelde zonder vaste woon- of verblijfplaats.