Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 31 maart 2023 in de zaak tussen
Stichting Autoriteit Financiële Markten, verweerster (AFM),
Inleiding
De totstandkoming van het bestreden besluit en andere feiten en omstandigheden
Dit betekent dat tot 9 februari 2017 [eiser] en [naam 2] middellijk bestuurder waren van [onderneming] en vanaf die datum tot aan het faillissement van [onderneming] op 15 februari 2018 [eiser] middellijk bestuurder was.
Beoordeling door de rechtbank
Na ontvangst van de aankondigingsbrief van de AFM inzake de Marktmonitor beleggingsonderneming in september 2015 en een daarop gevolgde e-mail wisseling met [naam 1] , heeft [naam 1] op 27 oktober 2015 aan de AFM verzocht om doorhaling van de uitbreiding op de vergunning van de beleggingsdienst ‘beleggingsadvies aan professionele partijen’. De AFM heeft per 27 oktober 2015 deze uitbreiding op de vergunning in haar registers doorgehaald. Sindsdien was het [onderneming] niet langer toegestaan deze dienst te verlenen.
De overgelegde analyse is niet afkomstig van een accountant en bevat enkel niet onderbouwde stellingen over de vermogenspositie van eiser. De AFM heeft hierin geen aanleiding hoeven zien om de boete verder te matigen.