ECLI:NL:RBROT:2023:2810
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde schadevergoeding oud-militair
Eiser, een oud-militair met PTSS, ontving van 2017 tot 2022 een bijstandsuitkering en in 2019 een schadevergoeding van het Ministerie van Defensie. Verweerder startte een onderzoek na een signaal van de Belastingdienst over een te hoog banksaldo en stelde vast dat eiser de schadevergoeding niet had gemeld, wat een schending van de inlichtingenplicht vormt. De schadevergoeding werd als inkomen aangemerkt omdat deze een compensatie voor inkomensverlies tot pensioenleeftijd betreft.
Verweerder herzag de bijstandsuitkering over de periode 31 december 2019 tot 21 november 2021 en vorderde het te veel betaalde bedrag van € 11.741,27 terug. Tevens werd een boete van € 5.870,63 opgelegd wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht. Eiser voerde onder meer aan dat hij geen werkzoekende was, dat het zorgvuldigheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel waren geschonden en dat zijn PTSS tot verminderde verwijtbaarheid leidde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was het onderzoek in te stellen en dat de schadevergoeding terecht als inkomen werd beschouwd. Eiser had de schadevergoeding onverwijld moeten melden. De schending van de inlichtingenplicht leidde tot rechtmatige herziening en terugvordering van de bijstand. De vermeende verminderde verwijtbaarheid wegens PTSS werd niet aanvaard, aangezien de inlichtingenplicht objectief is en eiser dit niet aannemelijk maakte. Ook werd het beroep op het evenredigheidsbeginsel verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen herziening, terugvordering en boete wegens niet gemelde schadevergoeding wordt ongegrond verklaard.